zondag 6 december 2009

21 daagse rondreis in Vietnam - Dag 14


Vandaag stond een bezoek aan Hué en omstreken op het programma. Na 3 dagen van bijna onophoudelijke regen was de zon eindelijk weer van de partij toen onze chauffeur ons om 8 uur stipt aan het hotel afhaalde. We werden afgezet aan een haventje waar we met een bootje de Parfum rivier afvoeren richting Thien Mu Pagode, thuisbasis van de monnik Thich Quang Duc die zich in 1963 in Saigon in brand stak als protest tegen het regime van Diem. Van daaruit vervolgens doorgereden naar de Keizerlijke Stad en de Citadel, sinds 1993 ook op de lijst van Unesco Werelderfgoed. In 1802 versloeg Nguyen Anh de Tai Son rebellen en kroonde zich daarop tot eerste keizer van een dynastie die tot 1945 zou standhouden. De ommuurde citadel heeft een omtrek van 10 km en werd van 1802 tot 1833 gebouwd in opdracht van de keizer die er zijn intrek in nam. De vele mooie tempels, huizen en paleizen staan in schril contrast met de manier waarop de rest van de bevolking toen moest en zelfs nog nu moet leven. Toch hebben ook deze gebouwen de tand des tijd moeilijk doorstaan, deels door verwaarlozing, deels door waterschade maar ook doordat de Vietcong zich hier ten tijde van het Tet-offensief in 1968 hadden verschanst en het de Amerikanen 25 dagen kostte om dit terrein te heroveren. De Amerikaanse bombardementen verwoestten een groot deel van de Keizerlijke Stad en van de Verboden Paarse Stad (het gedeelte waar enkelede Keizerlijke familie mocht komen) blijft niets meer over. Toch hebben de Vietnamezen ondertussen ingezien dat toerisme een grote bron van inkomsten is en is men volop bezig met de restauratie van dit mooie gebouwencomplex. Ik vermoed dat binnen een 5-10 jaar de Keizerlijke Stad opnieuw zijn pracht en praal van weleer zal kunnen uitstralen. Ondertussen moeten wij het stellen met een aantal gebouwen die al min of meer gerestaureerd zijn.


Eerder in deze blog had ik het al over My Lai en wat de Amerikanen daar hebben aangericht. Wel, Hué is zo’n beetje het My Lai voor de Vietnamezen want de communisten hebben hier indertijd bij hun bezetting een ware slachtpartij aangericht onder de burgerbevolking. Boeddhisten, ambtenaren, intellectuelen en iedereen die ook maar een beetje banden met Zuid-Vietnam had, werd doodgeslagen, doodgeschoten of levend begraven. Vreemd is dat toen de massagraven aan het licht kwamen de Westerse wereld nooit heeft gereageerd. Op dat moment stond het bloedbad van My Lai volop in de belangstelling en blijkbaar was een scherpe veroordeling van de communisten niet aan de orde. Ook in Vietnam wordt dit zware feit nauwelijks vermeld. In het oorlogsmuseum in Saigon wordt enkel uitgebreid ingegaan op de gruwelen van het Amerikaanse leger. Het is blijkbaar moeilijk om zichzelf ook in vraag te stellen...


Na ons bezoek aan de Keizerlijke Stad ging de tocht vervolgens verder richting keizerlijke graftombes. Deze kun je eigenlijk vergelijken met kleine paleizen en liggen een eind buiten de stand bijna midden in het oerwoud. Eerst bezochten we de graftombe van Keizer Khai Dingh, gebouwd tussen 1920 en 1930 en de stijl een mengsel van Europese en Aziatische cultuur. Het is ook de laatste keizer die in een tombe werd begraven. Ofschoon het paleis/mausoleum met zijn vele trappen indrukwekkend is, komen de scherven glas en porcelein die werden ingewerkt in de beton toch een beetje over als kitsch. Het mausoleum van Keizer Tu Duc, de langstzittende keizer van de Nguyendynastie, is daarentegen veel soberder en beter afgewerkt. Dit is ook gemakkelijk te verklaren: de man had 104 vrouwen en nog verschillende concubines maar bleef toch kinderloos. Hij verlegde zijn aandacht dan maar naar zijn mausoleum en spaarde kosten nog moeite om het te laten bouwen. Meer dan 3.000 arbeiders werden ingezet om het paleis te bouwen in het midden van de 19de eeuw. Dit gebeurde in heel moeilijke omstandigheden en de arbeiders kwamen regelmatig in opstand. Telkens werd het protest hard en bloedig neergeslagen. Het meest schrijnende is dat de Keizer er nooit werd begraven. Uit schrik voor plunderingen liet de keizer zich op een geheime plaats begraven en werden alle medewerkers aan de begrafenis na de ceremonie onthoofd. Tegen de middag werden we opnieuw afgezet aan ons hotel en zo kunnen we nog een beetje van de zon genieten. Morgen staat er weer een lange tocht van 250 km naar Dong Hoi op het programma maar daarover meer in een volgende bijdrage.

zaterdag 5 december 2009

21 daagse rondreis in Vietnam - Dag 13

Vandaag verliep de tocht via Danang naar Hué, zo’n 120 km ten noorden van Hoi An. Toen we ettelijke kilometers voor Danang plots op een nieuw stuk weg reden met alleen krotten en kleine huisjes keek ik enigszins verwonderd op. Hoe was dit nu mogelijk? Mijn vraag werd al snel beantwoord toen we een paar km verder langs grote bouwwerven passeerden. De ene resort na de andere wordt hier neergepoot in de duinen en ze zijn volop bezig met de aanleg van een nieuw golfterrein. Ja, ook deze mooie plaats is ondertussen ontdekt voor de Hyatt Regency’s en de Méridiens. Met grote fotoborden tonen ze langs de weg hoe de resorts er in de toekomst zullen uitzien met daarop de slogan “Unrivaled luxury through design”. Danang heeft ook zijn eigen luchthaven en ik kan me inbeelden dat in 2010 wanneer de meeste resorts beloven open te zijn, dit ook een populaire vakantiebestemming zal worden. We passeren er ook China Beach, indertijd een populair surfstrand voor de Amerikanen maar ondertussen is het opnieuw beginnen regenen en zien we maar 1 moedige surfer de prachtige golven tegemoet peddelen.



In Danang stoppen we voor een bezoek aan het Cham museum waar heel wat beelhouwwerken van het Champa tijdperk worden tentoongesteld. Het zijn vooral de Fransen die in het begin van de 20ste eeuw deze beschaving in kaart hebben gebracht en kosten noch moeite hebben gespaard om de oude en verloren gewaande tempels terug op te graven. Zelfs nu wordt het museum nog altijd met Franse middelen ondersteund en komen Franse experts hun Vietnamese collega’s met raad en daad bijstaan. Ondanks de mooie beelden en kunstwerkjes is dit eigenlijk niet zo aan mij besteed. Ik heb de voorbije dagen al verschillende Cham tempels bezocht en mijn normale dosis daarmee al ruim overschreden. Onze gids kijkt dan ook verwonderd op als we na een goed half uurtje terug aan de wagen staan. Vervolgens zetten we koers naar onze eindbestemming van de dag en deze brengt ons op een lange weg langs de kust. Het laat ons toe om de gevolgen te zien van de vorige tyfoon die hier eind september is gepasseerd. Op vele plaatsen is de dijk stukgeslagen en we zien zelfs 2 vrachtschepen gewoon op het strand staan. De overheid is al gestart met de herstelwerkzaamheden maar je kan zien dat deze nog een tijdje zullen duren.

Het is jammer dat het weer ons vandaag opnieuw in de steek laat want vanuit de heuvels hebben we een prachtig zicht op de kust en de mooie baaien. De afwezigheid van de zon zorgt ervoor dat ze nu allemaal mistroostig grijs kleuren in plaats van azuurblauw. Rond de middag bereiken we Hué en checken we in ons hotel in. Hier zullen we 2 nachten verblijven. Morgen gaan we naar het centrum van Hué en staat er een boottocht op de Parfum rivier op het programma.

vrijdag 4 december 2009

21 daagse rondreis in Vietnam - Dag 12

Vandaag stond er een volle dag in Hoi An, door velen omschreven als een levend museum en de parel van Vietnam, op het programma. Hué, onze chauffeur, haalde ons keurig op in het hotel om 9 uur. Ondertussen was het wel aan het watergieten, een stadsbezoek te voet zag er niet echt aantrekkelijk uit. Nauwelijks 100m verder met de wagen werden we opnieuw afgezet om de zo noodzakelijke ticketten te kopen. Dit stadje leeft van de toeristen en in tegenstelling met andere monumenten in Vietnam kennen ze hier hun prijzen wel. Aangekomen bij het bureau werden we er vriendelijk op attent gemaakt dat vandaag 4 december het 10 jarig bestaan van de toekenning van het statuut van Unesco Werelderfgoed werd gevierd en daarom alle monumenten alleen vandaag gratis te bezichtigen waren. Hadden wij nu eens geen geluk? Ondanks de regen werd mijn enthousiasme toch plots wat groter.


Het moet gezegd worden, het is echt een mooi stadje om in te kuieren. Ondanks het feit dat alle huisjes ondertussen zijn omgetoverd tot galerij, kledingzaak, café of restaurant kun je toch nog altijd de authentieke gevels bewonderen. Hoi An kwam in de 15de eeuw als havenstadje van het Champarijk tot ontwikkeling en de in de eeuwen erna kwam de handel tot bloei. Schepen uit Europa, China en Japan legden hier aan om kruiden, zijde, porcelein en thee te kopen. Tot de 19de eeuw bleef het een belangrijke handelsplaats maar toen de rivier die hier naartoe leidt begon te verzanden, verlegde men de handel naar het iets noordelijker gelegen Danang. Tot 10 jaar geleden raakte het stadje in de vergetelheid maar toen het op de Unesco lijst van werelderfgoed werd geplaatst, zorgde de nieuwe stroom toeristen voor een duidelijke heropleving.



Voor de eerste keer begeleidt onze chauffeur ons te voet en doet hij dienst als gids. Ondanks het feit dat hij op een paar onverstaanbare woorden na geen Engels spreekt, doet hij meer dan zijn best om ons naar al de monumenten mee te sleuren. Ja vandaag hebben we ons aandeel van tempels en pagodes wel gehad want om de bijna 100m kun je er hier wel een exemplaar van vinden. De liefhebbers kunnen er ettelijke foto's in ons fotoboek dat toegankelijk is via de link rechtsboven van terugvinden. Ondertussen slenteren we langs de vele kledingwinkels, zogenaamde kunstgallerijen en restaurantjes. Overal waar we passeren stormt er direct iemand naar buiten met de woorden: “Hello, see inside please?”. Ja, het is hier wel het paradijs voor kledij. Voor een appel en een ei kun je hier iets op maat laten maken. Het gaat zelfs zover dat je gewoon een foto van het kledingstuk meebrengt en ze maken het in een dag voor je klaar. Ook stukken dat je meebrengt en wil laten kopiëren zijn hier geen enkel probleem. Je kiest je stof en of dat nu zijde is of katoen of iets anders, met vol enthousiasme nemen ze je maten en garanderen ze dat alles tegen de volgende dag klaar zal zijn. Uiteraard zijn er bij deze winkels ook heel wat kwaliteitsverschillen en ook hier geldt de standaardregel dat goedkoop niet altijd de beste koop is. Dat wil echter niet zeggen dat duur onmiddellijk goed moet zijn. Je moet echt je ogen goed uitkijken en duidelijk letten op de afwerking van de kledij.


Tijdens onze wandeling passeren we voorbij een oud huisje waar ze net bezig zijn met opnames voor een nieuwe film over het leven van Ho Chi Minh. Een deel van de cast neemt graag de tijd om voor ons te poseren. In een ander oud huisje worden we getoond welke invloed het weer hier heeft op de waterstanden (let op de markeringen van de verschillende datums om de hoogte van het water aan te duiden). Tijdens de laatste tyfoon van eind september stond het water hier wel bijna 2m hoog. Een markering op de houten wand toont het waterpeil aan. Dat het stadje wel erg laag is gelegen, konden we al gisterenavond ondervinden toen we gingen dineren in een restaurantje aan de rivier. Bij hoog water staan de kaaimuren onder water en overstromen zowel weg als troittoirs van het stadje. Niet op de hoogte van dit fenomeen konden we alleen maar vaststellen dat we eerst door het water van ondertussen goed 20cm hoog zouden moeten stappen om uit het restaurant weg te komen. Ondanks al die waterellende lijkt het stadje toch nog goed stand te houden.

Tegen de middag is het opgehouden met regenen. We lassen eerst een pauze in op onze hotelkamer om met verse moed een tweede wandeling door het stadje aan te vatten. Morgen rijden we via Danang naar Hué dat hier op zo’n 120 km vandaan ligt maar daarover later meer.

donderdag 3 december 2009

21 daagse rondreis in Vietnam - Dag 11

Vandaag hebben we weer een rit van 300 km voor de boeg, minstens 6 uur rijden dus. Het regent hard als we vertrekken om 8 uur en het voorspelt niet veel goeds voor de rest van de dag. De putten van de barslechte wegen zijn ondertussen omgevormd tot kleine verraderlijke poelen en het gebrek aan een goed afwateringssysteem zorgt voor grote plassen op het wegdek waar zowel voetgangers, fietsers, bromfietsers als voertuigen door moeten.

Het is zoals eerder al gezegd heel slecht gesteld met de Vietnamese weginfrastructuur. De enige “grote” baan die noord en zuid verbindt, Highway 1, is niet groter dan een bescheiden gewestweg van bij ons en ligt er lamentabel bij. Er zijn natuurlijk een aantal redenen waarom dit zo is: zo spoelen de Moessonregens ieder jaar grote delen van het land en ook de wegen telkens weg en is het met de huidige klimatologische omstandigheden niet evident om een weg goed te onderhouden. De grootste boosdoener is wellicht het wegvervoer zelf dat zich totaal niet stoort aan gewichtsbeperkingen. De vele vrachtwagens die langs deze zo belangrijke verkeersader zorgen voor de aanvoer van goederen zijn meestal zwaar overbeladen en rijden zo het wegdek helemaal kapot.

Toch is dit niet echt een geldend excuus. Als je kijkt naar de manier waarop ze de weg herstellen, is het meestal lap- en tapwerk. Gewoon een nieuwe laag over de oude zonder de kern van het probleem, de fundamenten, aan te pakken. Tevens zie ik ook geen enkele vooruitziendheid in het vernieuwen van de infrastructuur. Als dan nieuwe bruggen worden gebouwd of wegen worden vernieuwd, zijn ze alvast niet berekend op het huidige verkeer, laat staan de toekomstige verkeersstromen met veel meer auto’s in plaats van bromfietsen. Ook de spoorlijn is van dermate slecht niveau dat treinen er maar aan 50 km/u kunnen over rijden. Ook dat zorgt voor het nodige efficiëntieverlies.

Het is jammer want wellicht is het gebrek aan een degelijke infrastructuur (zowel van wegen als elektriciteit) de voornaamste hinderpaal om dit land helemaal op het niveau van de 21ste eeuw te tillen. De tijd die hier verloren wordt met vervoer zou voor vele andere zaken kunnen gebruikt worden. Je ziet wel dat de overheid inspanningen levert maar de resultaten zullen slechts op langere termijn zichtbaar worden.

Onderweg opnieuw een verkeersslachtoffer. Deze keer een hond die zonder kijken onder onze auto loopt. Ik hoor het gekraak van beenderen en zie achter ons de hond al jankend en mankend een paar toertjes maken om vervolgens neer te vallen. Onze chauffeur reageert zelfs niet en rijdt rustig door. Ik vraag me af of hij het wel gezien heeft want hij was op dat moment zo druk bezig om de weg te zoeken dat hij er niet van opkijkt.


Rond de middag zijn we aangekomen in het dorpje My Son voor wat wellicht het meest aangrijpende moment van onze vakantie is geworden. Hier in het gehucht My Lai hebben Amerikaanse soldaten van de Bravo Company op 4 uur tijd exact 504 Vietnamezen op beestachtige wijze vermoord. Bij onze aankomst krijgen we eerst een documentaire van een half uur te zien die naar mijn oordeel een redelijk neutraal verslag geeft van wat er werkelijk is gebeurd. Onze gids toont ons de gereconstrueerde huisjes van toen en de plaatsen waar honderden burgers, meestal vrouwen, kinderen en bejaarden, werden afgeslacht. De kogelinslagen in de enige palmboom die het bloedbad heeft overleefd, zijn stille getuigen van deze wrede en onmenselijke actie. Het verhaal wordt nog aangrijpender als we in het herdenkingsmonument de vele foto’s van de vermoorde mensen zien. Ja, het is begrijpelijk dat de lokale bevolking dit de Amerikanen ook nooit zal vergeven. Niet toevallig merkt onze gids op dat hier ook niet veel Amerikanen en Australiërs langskomen.


Het verhaal wordt alleen maar schrijnender als we te weten komen dat het Amerikaans leger dit incident indertijd in de doofpot heeft willen steken en het pas een jaar na de feiten boven water is gekomen. Om alle sporen uit te wissen, hebben ze het dorpje dan nog maar een 2de keer gebombardeerd en met buldozers alles weggegraven. Onder grote internationale druk is het uiteindelijk toch tot een proces gekomen maar de enigste veroordeelde in de zaak, teamleider en 2de luitenant William Calley, kreeg na zijn levenslange veroordeling onmiddellijk gratie van president Nixon. Zo zie je maar hoe Amerikanen naar de wereld kijken. De man in kwestie is enkele jaren later toch nog veroordeeld door een internationaal tribunaal maar heeft uiteindelijk maar 3 jaar vastgezeten en leeft vandaag de dag nog. Onze gids vertelt ons dat hij vorig jaar, exact 40 jaar na de feiten, vanuit Amerika publiekelijk zijn excuses heeft aangeboden. Voor onze gids veel te laat en niet vanop de juiste plek. Neen, dit vergeven zullen ze hem nooit en eigenlijk kan ik ze hier geen ongelijk voor geven.

Na My Lai doorgereden naar onze eindbestemming van de dag: Hoi Ann, een 17de eeuwse handelshaven met nog middeleeuwse gebouwen en ondertussen uitgeroepen tot Unesco Werelderfgoed. We hebben er morgen de ganse dag vrij om de stad te verkennen en wie weet wel een kostuum op maat te laten maken want dit is hier het kledingcentrum van Vietnam.

woensdag 2 december 2009

21 daagse rondreis in Vietnam - Dag 10

Vandaag staat er weer een rit van 230 km op het programma, een 5 uur durende tocht naar Qui Nhon dat net tussen Nha Trang en Hoi An ligt. Als we om 8 uur vertrekken, heeft het net geregend en ligt alles nog nat. De zon die er stilaan doorkomt, maakt alles glanzend en maakt het stadje nog mooier dan het al is. Onze weg brengt ons langszij de Ben Goi Baai net boven Nha Trang, terecht door Jacques Cousteau gezien als één van de mooiste baaien ter wereld. Ik moet toegeven, zelden heb ik zo’n mooie baai met een wirwar van kleine eilandjes gezien. Dit zou hier een waar zeilparadijs kunnen zijn: mooie witte stranden, platte azuurblauwe zee, goede wind. Wat zou je nog meer kunnen verwachten? Alleen zie ik hier geen zeilboten, zelfs geen kleintjes. Zou het komen omdat er misschien geen goede ankerplaatsen zijn? Is het omdat de infrastructuur hier nog niet zo goed is ontwikkeld om de zeiljachten te voorzien van vers en drinkbaar water of brandstof of elektriciteit? Ik weet het niet maar ondertussen zie ik wel dat projectontwikkelaars deze plek ook al hebben ontdekt en er volop resorts aan het bouwen zijn. Ondertussen steunt de overheid hen met het bouwen van splinternieuwe wegen die voldoen aan de allerlaatste stanaarden om de resorts met de stad of het vliegveld te verbinden. De weg ligt er al maar slechts enkele resorts zijn al open. Fier wijst onze chauffeur ons een eiland in de verte aan waar een exclusief resort is gebouwd en je voor 1.200 USD een nachtje kunt doorbrengen. Het is voor mij helemaal duidelijk, Vietnam wordt binnen enkele jaren een pak duurder en zal buiten een beetje luxe niet veel meer bieden, integendeel.

Individueel reizen met de auto biedt toch heel wat voordelen ten opzichte van reizen in groep met de bus. Naast de al eerder besproken flexibiliteit en snelheid heb je met de auto tijdens het reizen ook veel meer contact met wat er om je heen gebeurt. In een bus zit je hoog en droog en kun je wel kijken naar het landschap maar zit je niet echt tussen het verkeer. Met de auto zit je veel lager en maak je het verkeer ook werkelijk mee. Ik geef toe dat met een bromfiets dit nog veel beter zou zijn maar geloof me: hier wil je als westerling niet zelf achter het stuur kruipen, laat staan een bromfiets besturen, tenzij je je leven beu bent misschien. Elke dag worden we opnieuw geconfronteerd met het totaal gebrek aan discipline van de Vietnamese chauffeurs. Op rijbanen met langs elke kant 2 rijvakken slagen ze er nog in om als enige bromfiets uiterst links te rijden en zo achterliggende voertuigen te forceren om zelfs in bochten inhaalmanoeuvers uit te voeren op de tegenovergestelde rijvakken. Dat er daar mogelijks tegenliggers op rijden, deert hen niet. Ze gaan ervan uit dat deze dan wel aan de kant zullen gaan. Ik moet hier in elk geval toch regelmatig mijn hart vasthouden want zelfs al zit ik achteraan, ik zie het heel goed voor mijn neus gebeuren. Om mij een beter zicht te geven, heeft onze chauffeur immers de hoofdsteun van de passagierszetel weggedaan.


Nu ik toch nog over het verkeer bezig ben, ik vroeg me al een hele tijd af waarom ik hier zoveel bromfietsen zie en en eigenlijk geen echte moto’s. Wel, het antwoord is simpel. In dit land kun je enkel met een motorfiets tot maximum 150cc rijden en zelfs hiervoor heb je al een ander rijbewijs nodig. De meeste bromfietsen zijn 50cc en mogen maximum 40 km/u rijden. Het is theoretisch mogelijk om een echte moto aan te schaffen maar dan moet je een speciale vergunning aanvragen en lid worden van een race team. Je kan dan ook alleen maar in groep gaan rijden met de nodige begeleiding en blijkbaar moet je dan ook nog eens verplicht deelnemen aan verschillende parades. Op die manier wil de overheid de mensen ontmoedigen om een echte moto te besturen en zo het aantal ongevallen beperken. Ik moet toegeven, het is hen aardig gelukt want ik heb hier nog geen moto’s op de weg gezien buiten die van de politie en die zijn ook maar 250 cc. Dit wil echter niet zeggen dat er geen ongevallen gebeuren, integendeel. Op onze tocht van Ho Chi Minh City naar Phan Thiet waren we getuige van 2 ongevallen, telkens met een vrachtwagen en een bromfiets. Voor beide ongevallen was de ambulance nog onderweg maar toen ik de verhakkelde bromfiets onder de vrachtwagen zag liggen, voorspelde dat niet veel goeds.

Eenmaal goed vertrokken is het opnieuw beginnen regenen. Het deert de bromfietsrijders niet. Allemaal halen ze hun plastieken poncho boven en rijden ze gewoon verder alsof er niets aan de hand is. Na de mooie baaien passeren we gedurende ettelijke kilometers kleine viskwekerijen en nadien onmetelijk grote rijstvelden. De staat van het wegdek verslechtert naarmate we verder rijden en sommige putten verplichten ons zelfs om helemaal aan de andere kant van de baan te gaan rijden.


De tocht langs de kust is bijzonder mooi met de kronkelende banen langs de heuvels. Na iedere bocht krijgen we bijna een nieuw zicht op de mooie baaien en fantastische zandstranden. Als je hier ineens zou gedropt worden, zou je je bijna in het paradijs wanen.

Na bijna 5 uur rijden aangekomen in onze eindbestemming van de dag: Quy Nhon. Dit stadje ligt ook in een heel mooie baai maar is nog onaangetast door het toerisme. In het centrum valt er niets te beleven en we worden er door de lokale bevolking bijna aangestaard. Hier heerst wel nog duidelijk armoede want velen wonen hier in echte krotten. Ons 4-sterren hotel met 150 kamers is zo goed als leeg en de gang op ons verdiep en onze kamer ruiken vermuft. Onze kamer is wel immens groot en doet met haar hoge plafonds en meubilair denken aan de communistische tijd. Op de gang lopen we een bejaard Canadees koppel tegen het lijf. Zij wijzen ons een restaurant in de buurt aan waar het deftig eten is, in ruil geef ik hen het adreskaartje van ons hotel in Ho Chi Minh City, stad waar zij morgen met de trein naartoe vertrekken. Blijkt dat zij zo’n 6 maanden per jaar rondreizen en na Vietnam nog doorreizen naar Laos en Cambodja. Zo zie je maar, ik zou het ook nog wel willen kunnen op die leeftijd.

Morgen zetten we onze reis verder naar Hoi An en hopen we een stop te maken bij My Lai, het dorpje waar de Amerikanen honderden Vietnamezen hebben gemarteld, verkracht en vermoord.

dinsdag 1 december 2009

21 daagse rondreis in Vietnam - Dag 9

Vandaag stond een dagexcursie met een boot op het programma. Jammergenoeg gooide het weer roet in het eten want al van bij zonsopgang zag het er dreigend regenachtig uit, niet bepaald het ideale weer om te gaan zwemmen of te gaan zonnen.


Om 8.30 uur werden we door onze chauffeur en een gids opgehaald in ons hotel en werden we direct naar de haven gebracht. Na het betalen van de plaatselijke taks om de haven te mogen verlaten (17 eurocent per persoon!) aan boord van een houten schuit gestapt. Opnieuw hadden we een boot met een capaciteit van meer dan 40 personen alleen voor ons, enerzijds jammer van die verspilling maar zoals later zou blijken ook gelukkig dat die voor ons alleen was.


We voeren de haven uit en onze eerste stop was aan een eilandje waar een centrum met groot aquarium, in de vorm van een groot schip, was gevestigd. Onze gids leidde ons in in de vele vissoorten die hier in de buurt kunnen worden gevonden en het was de moeite om deze verschillende vissoorten ook eens van nabij te kunnen bewonderen. Vervolgens zetten we koers naar Moon Island waar we de mogelijkheid zouden hebben om al zwemmend het koraalrif te verkennen. De tocht duurde een half uurtje maar onderweg begon de wind sterk op te steken en begon het ook goed te regenen. Ter plaatse aangekomen wezen we dan ook vriendelijk het aanbod om te gaan zwemmen af en doordat we natuurlijk alleen op de boot zaten, konden we onmiddellijk verder varen. We voeren vervolgens langs verschillende eilandjes in de grote baai die volgens onze fiere gids internationaal erkend wordt als behorend tot de 29 mooiste van de wereld. Ik vraag mij af waarom men nu aan 29 is gestopt maar moet toch erkennen dat met mooi dit hier een hele mooie plek moet zijn. Het doet me zelfs een beetje denken aan de Virgin Islands waar de verschillende kleine eilandjes ook zo dicht bij elkaar liggen. Alleen zie je hier jammergenoeg geen enkele zeilboot rondvaren.


We passeren een eiland waar men volop bezig is met de uitbreiding van het Golf resort. Op dit eilandje is er speciaal een 9 hole golf course gebouwd en het oefenterrein is omgeven met een hoog net opdat niet te veel balletjes in de zee zouden verloren gaan. Het is schrijnend om te zien hoe aan de rand van de bouwwerken enkele Vietnamezen in krottenhuisjes wonen. Ondanks het feit dat dit een communistisch land is, zie je overal de macht van het geld en worden de grote resorts aan een sneltempo uit de grond gestampt. Ik kan zij die zin hebben om nog iets van het authentieke Vietnam te zien alleen maar aanraden om nu te komen. Het is er veilig, mooi, gemakkelijk toegankelijk en heel gastvrij. In enkele jaren zul je het met Thailand of zelfs de Dominicaanse Republiek kunnen vergelijken en is het puur artificieel toerisme wat de klok zal slaan. Niet dat het nu nog niet het geval is, er zijn ook plaatsen waar ze al volop de westerse gewoonten hebben overgenomen en goed weten wat wij kunnen uitgeven. Enkele jaren geleden was het op dat vlak wellicht nog beter maar aan de andere kant is het land op infrastructuur vlak toch voldoende geëvolueerd om het voor ons veilig en de moeite waard te vinden.


Tot slot nog eens door een vissershaventje gevaren waar ze ook vis kweekten maar aangezien het nog maar 11 uur was, nog veel te vroeg om te gaan lunchen en dus maar teruggevaren naar ons vertrekpunt. Bij de aankomst ook nog even het Oceanografisch Instituut bezocht met nog meer aquariums en vissen in bokalen op sterk water. Ondertussen had onze gids onze chauffeur al opgebeld zodat hij ons bij buitenkomst al stond op te wachten. Dit is nu echt het voordeel van individueel reizen volgens de formule die we gekozen hebben. Nu hebben we een halve dag gewonnen en kunnen we de rest van de dag aan andere zaken spenderen.

In het hotel dan maar onze eerste massage besteld. Ik moet toegeven, dit was voor mij de eerste keer dat ik door een professionele masseur werd onder handen genomen. Ik heb een beetje afgezien maar de 50 minuten durende massage voor 5€ was zeker de moeite waard en ik zal het tijdens mijn reis zeker nog eens herhalen.

De rest van de namiddag hebben we dan ook maar een beetje geluierd aan het zwembad en de stad een beetje te voet verkend. Morgen wordt het weer een langere verbindingsrit naar Qui Nhon en zullen we niet al te veel beleven. Daarna wordt het weer interessanter als we in Hoi An zijn maar daarover in de komende dagen meer.

maandag 30 november 2009

21 daagse rondreis in Vietnam - Dag 8

Vandaag zijn we net een week van huis weg maar dank zij het internet voel ik me nooit ver van huis. Ik volg via VRT teletekst en de Vlaamse kranten het nieuws in België op de voet. Met de iPhone luister ik regelmatig naar het nieuws op Radio 1 en mijn mails check ik verschillende keren per dag. Sommigen zullen zeggen dat je op die manier nooit echt weg bent van je dagelijkse sleur maar ik zou mij eerder gespannen dan ontspannen voelen zonder ook maar enige informatie over wat er in de wereld gebeurt. Wellicht is mijn band met mijn moederland groter dan ik zelf vermoed of eigenlijk zal willen toegeven. Misschien behoor ik wel tot die groep mensen die door de telecom bedrijven zo zijn gebrainwashed met het idee dat een leven zonder actueel nieuws geen leven is. Ik wijt het echter aan mijn gezonde nieuwsgierigheid (letterlijk) en mijn capaciteit om snel veel informatie te absorberen en te verwerken. Dit creëert immers constant een honger naar meer informatie.

Maar genoeg over dat, even terug naar de orde van de dag. Kort na ons vertrek om 8 uur al een eerste fotostop gehouden in het vissersdorpje Mui Né. In de baai liggen wel honderden kleine en middelgrote vissersbootjes. Sommigen zijn niet meer dan een groot uitgevallen kano, anderen bieden toch iets meer zeewaardigheid voor vistochten op de Zuidchinese Zee. Vervolgens doorgereden naar de bekende zandduinen. Al van bij onze aankomst worden we bestormd door een bende jongetjes van rond de 10 jaar. Ze trekken onze deuren open en hun eerste woorden zijn “you slide?”. Ik had het niet onmiddellijk door maar elk had 1 of meerdere flexibele plastieken platen bij die ze verhuren om langs de steile hellingen naar beneden te glijden. Hen vertellen dat je niet geïnteresseerd was, hielp niet veel. De hele meute volgde ons op onze tocht door de duinen. Slim als ze zijn, proberen ze onmiddellijk een band te kweken en starten de conversatie altijd met “Where you from?”. Toen ik “Belgium” antwoordde, klonk er direct een “aha” alsof hij precies wist waarover het ging. Ik vroeg hem of hij wist waar België lag maar ik kreeg zoals verwacht een negatief antwoord. Om de conversatie nog enigszins te redden, gooide hij het over een andere boeg: “What’s your name?”, vroeg hij. Mijn antwoord werd keurig herhaald. Boven op de top aangekomen, probeerde hij nogmaals zijn zelf gemaakte slede te verhuren maar ik bleef kordaat weigeren. Toen ik hem vroeg of hij niet op school moest zijn, kreeg ik een warrige uitleg waar ik eigenlijk niets van verstond. Ik vermoed dat hij wilde zeggen dat ze de maandagmorgen niet naar school moesten. Ze zijn ons gevolgd tot aan onze auto en ik moet toegeven dat hij wel mijn medelijden opwekte. Toch kon je duidelijk zien dat hij niet ondervoed was en er zeker niet ongezond uitzag. Met een beetje pijn in het hart namen we afscheid zonder hen iets te geven. Voor mij is dit eerder principieel maar ik geef toe dat ik het daar soms ook moeilijk mee heb.

Vandaag staat er weer een redelijk lange rit van 250 km of zoals onze chauffeur het “two hundred and a half” noemt op het programma. Je voelt duidelijk dat we een eind weg zijn van Ho Chi Minh City want het wordt alsmaar kalmer op de weg. Niet dat het daardoor minder gevaarlijk is, integendeel. De bromfietsen zien dit eerder als een vrijgeleide om helemaal in het midden van een rijvak te rijden en wijken geen cm uit naar rechts als je hen wil passeren, zelfs niet onder luid getoeter.


Op weg naar Nha Trang, even gestopt in Phan Rang om de Po Klong Garai Chamtempel te bezichtigen. Deze 13de eeuwse tempel bevat de meest indrukwekkende torens van Vietnam en is gewijd aan een 12de eeuwse Chamvorst (Po Klong) die indertijd een locaal irrigatiesysteem aanlegde voor de plaatselijke bevolking. Elk jaar tijdens het nieuwjaarsfestival draagt een stoet gelovigen zijn gewaden nog naar het tempelcomplex. In vergelijking met andere tempels zijn de bakstenen en de versieringen nog relatief goed bewaard. Boven de deur van de 21m hoge kalan met intact dak zit de tempelbewaker Po Klaun Tri, een dansende Shiva met 6 armen.

Dan opnieuw langs de Highway 1 doorgereden naar Nha Trang, onze eindbestemming van de dag. Nha Trang is de meest voorname badplaats van Vietnam en dat is er ook aan te zien. De splinternieuwe luchthaven bevindt zich op zo’n 34 km ten zuiden van de stad maar de weg ernaartoe kan bijna concurreren met onze kustbaan: een slingerende weg die door de duinen loopt met 2 rijvakken voor elke kant. Het beste stukje baan dat we hier al mochten berijden en ook uitzonderlijk voor Vietnam: we rijden er zo goed als alleen op. Onze chauffeur waagt zich zelfs enkele momenten aan een snelheid van 120 km/u waar de toegelaten maximum snelheid in Vietnam slechts 80 km/u is. Voor één keer moet ik toegeven dat de staat van het wegdek die snelheid ook toelaat, dit is anders niet het geval. Overal en zowel links als rechts zijn grote resorts in volle opbouw. Weldra wordt Vietnam een even populaire bestemming als Thailand, het is enkel een kwestie van enkele jaren...

Bij onze binnenkomst in het stadje vanuit de hogere duinen hebben we onmiddellijk zicht op de mooie baai met azuurblauw water en witte stranden. We werpen er een blik op het eiland Hon Tree of Bamboe Eiland. Op dit eiland werd enkele jaren geleden het Sofitel Vinpearl Resort en Spa gebouwd, het meest moderne en luxueuze resort van Vietnam. Het eiland is normaal enkel bereikbaar met, hoe kan het ook anders, veerbootjes maar sinds 2007 is daar ook een 3,3 km lange, en meteen ook ’s werelds langste over water, kabelbaan bijgekomen. Gebouwd met Russisch-Vietnamees kapitaal zorgt deze kabelbaan voor heel wat controverse want de 7 dragers van 55 tot 64 meter hoog laten het niet toe om eronder cruiseschepen te laten passeren. Zoals bij vele havens zorgt de aankomst van cruiseschepen voor het stimuleren van de lokale economie. Bij zware zee en hoog water is het risico echter te groot dat de schepen de kabels zouden raken en dit vinden de lokale handelaars niet leuk. Uit recent onderzoek blijkt dat de gulle schenker uit Rusland eveneens grote belangen heeft in het enige hotel van het eilandje, de Sofitel Vinpearl Resort en Spa en de premier van het land heeft een grootschalig onderzoek beloofd. Ondertussen varen er nog altijd geen cruiseschepen binnen in de haven van Nha Trang.


Na onze rit langs de boulevard met chique hotels en mooie zandstrand gaat onze weg naar de volgende Cham tempel, die van Po Nagar, gebouwd tussen de 7de en 12de eeuw. Vooraleer in the checken in het hotel eerst nog een stop aan de Long Son pagode. Het belangrijkste element is hier het grote beeld van de witte Boeddha, opgericht ter nagedachtenis aan de monniken en nonnen die protesteerden tegen het bewind van de toenmalige president Diem en zich in brand staken en stierven. Bij onze aankomst worden we al direct aangeklampt door enkele jongens en meisjes in een keurig paars hemdje. Na het beantwoorden van de eerste vraag “Where you from?” vertellen ze ons dat ze weeskinderen zijn en door de monniken in de pagode worden opgevoed. Zoals nergens in Vietnam moet je voor het bezoeken van een pagode een toegang betalen maar hier vragen de kinderen een kleine donatie voor het weeshuis. Ze blijven aan ons plakken maar vertellen tegelijkertijd in redelijk Engels wat weetjes over het Boeddhisme en de pagode. Mijn sympathie voor hen slaat al snel om wanneer ze me allemaal “healty boeddha” beginnen noemen, verwijzend naar mijn iets te dikke buik. Net voor ze ons meesleuren naar het grote witte beeld van de boeddha proberen ze er ons op te leggen. Zonder dat ik er erg in had, houden ze Ann aan de praat achter een hoekje en proberen ze mij te overtuigen om een pakje postkaarten te kopen als steun voor het weeshuis. Voor 10 kaarten vragen ze mij 200.000 VND of zo’n 7 euro, een belachelijk hoog bedrag voor dit land. Omdat ze toch hun best hadden gedaan, wilde ik hen wel iets geven maar was ik niet bereid om zover te gaan. Het werd dus een partijtje onderhandelen over de juiste prijs. Plots merkte ik dat Ann niet meer bij me was en toen ik haar riep, bleken ze ook haar dezelfde kaarten te willen verkopen. Toen ik de anderen aangaf dat ik al kaarten had gekocht, bleek het plots om een andere school te gaan en vonden ze dat ze ook recht hadden op steun. Ze hadden ons immers de hele tijd begeleid. Bikkelhard weigerde ik elke bijkomende aankoop met het argument dat ze wat ze aan mij hadden verdiend maar onder elkaar moesten verdelen. Gefrustreerd riepen ze ons bij ons vertrek “wish you no lucky today” na.

Vervolgens bracht onze chauffeur ons naar ons hotel dat op een steenworp van het strand is verwijderd. Tijd voor een verfrissing en tegen vanavond nog een leuk restaurantje zoeken. Morgen staat bijna de hele dag een bootexcursie naar het vissersdorpje Lan Chai op het programma. Volgens de chauffeur zal er ook gelegenheid zijn om te zwemmen en te snorkelen maar zijn Engels is zo gebrekkig dat ik er bijna niets van versta en hem nog veel minder geloof want als hij iets niet begrijpt antwoordt hij toch steevast met “Yes!”.

Sommige lezers zullen misschien gemerkt hebben dat ik sinds gisteren de mogelijkheid om te reageren en commentaar te schrijven heb aangezet. Ik zal het eens uitproberen en zolang ik niet te veel rommel en spam binnenkrijg het ook laten opstaan. Tenslotte wil ik ook nog kwijt dat het fotoboek in Google webalbums (zie link bovenaan rechts) ook dagelijks wordt aangevuld met nieuwe foto's. Nog een prettige werkdag voor jullie allen, hier is de dag al goed gevorderd.