donderdag 26 november 2009

21 daagse rondreis in Vietnam - Dag 4

Vandaag reden we met de wagen naar de provincie Tay Ninh, zo'n 60 km ten noorwestenwesten van Ho Chi Minh City. Eerste stop op het programma waren de wereldberoemde Cu Chi tunnels, een 200 km lang onderaards tunnelnetwerk dat de Vietcong indertijd gebruikten als commandocentrum en uitvalsbasis. Ondanks het feit dat de Amerikanen alle middelen inzetten om de Vietnamezen eruit te krijgen (zware bommen, volspuiten met water, tunnelratten...), slaagden ze er nooit in het hele netwerk op te doeken. Fier wordt hier verteld hoe de tunnels in 3 niveau's voorzien waren van alle noodzakelijke elementen zoals keukens, hospitalen, slaapvertrekken, watervoorziening maar ook boobytraps om het binnendringen van de vijand te ontmoedigen.


Vooraleer we een stukje van de echte tunnels mochten bezoeken, moesten we eerst kijken naar een 15 minuten durend oud filmpje in zwart/wit waar de helden van de oorlog de hemel werden ingeprezen. Hoe meer Amerikanen iemand had gedood, des te meer achting viel hem of haar te beurt want ja, ook vrouwen hebben hier actief meegewerkt aan het verdrijven van de Amerikanen. Na het filmpje werd ons uitgelegd hoe de mensen in de tunnels leefden en hoe ze zich met enkel hun handen konden verdedigen tegen die slechte Amerikanen met al hun militair materiaal. Wellicht moeten er onder de Vietcong heel wat groene jongens hebben gezeten want toen al waren ze actief bezig met recyclage. Enfin, het is maar hoe je het bekijkt want hiermee bedoelen ze dan dat de niet ontplofte Amerikaanse bommen werden gerecupereerd en ontmijnd, meestal op gevaar van eigen leven. Het buskruit werd gebruikt om landmijnen te maken en het ijzer van de bommen werd omgesmeed tot spiezen voor de zo gevreesde boobytraps. Fier tonen ze dan ook hoe hun eenvoudige wapens heel wat Amerikaanse soldaten doodden en verwondden. Moet het nog gezegd worden dat hun tunnels natuurlijk vol zaten met vrouwen, kinderen en oude mensen. Hoe schandelijk toch dat die Amerikanen het precies op hen hadden gemunt.

Om zich te beschermen tegen hun eigen vallen droegen de Vietcong soldaten sandalen met dikke rubberen zolen. Dat zorgde er tenminste voor dat de scherpe bamboestokken niet door hun voet konden snijden. Het valt op hoe ze de oorlog beschouwen als een overwinning op Amerika en ze vooral de Amerikaanse wreedheden dik in de verf zetten maar hun eigen guerilla technieken als een normale manier van oorlogsvoeren beschouwen.


Vervolgens de tunnels in en ja, voor ons toeristen hebben ze die natuurlijk een beetje groter gemaakt, zowel in de hoogte als in de breedte. De wanden in klei voelen ondertussen aan als cement. Een vernuftig systeem van luchtgaten zorgt voor een goede ventilatie maar ik zou de claustrofoben onder jullie toch niet aanraden te bezoeken. Met enkel een klein zaklampje van de gids vooraan is het in die tunnels vrij donker. Uiteraard lieten wij ons niet doen en besloten we een tweede stukje tunnel door te gaan. Het is te zeggen kruipen want deze was wel in originele grootte gebleven. Als snel bleek dat ik met mijn brede schouders een beetje te breed was voor dit soort bouwwerkjes. In tijden van oorlog zou ik zeker voor de nodige opstoppingen hebben gezorgd...

Voor zij die het wensten, was er eveneens de mogelijkheid om de in de oorlog gebruikte wapens eens zelf uit te proberen. Je kon er kiezen uit een hele reeks wapens gaande van de AK-47 (de beruchte Kalsjnikov) over de Amerikaanse M-16 tot zelfs een M-30. Voor ongeveer 1 euro per patroon, kon je je naar hartelust botvieren op de schietstand. De gids begreep niet goed waarom ik dit aan mij voorbij liet gaan. Tot slot werden fier nog de resten van een Amerikaanse tank getoond die daar op een landmijn had gereden en vervolgens massaal door de Vietcong werd aangevallen. Voor hen is het duidelijk een trofee, niemand praat over de Amerikaanse slachtoffers in dit geval.


Na de tunnels vervolgens doorgereden naar de Cao Dai tempels om er net op tijd te zijn voor de middagceremonie. In oktober 1926 vestigde zich Ngo Van Chieu met 300 volgelingen in de buurt van Tay Ninh om er een nieuwe sekte op te richten, Cao Dai (betekent "Hoog Paleis"). Deze man dacht wellicht het ei van Colombus heruitgevonden te hebben want zijn religie is een mengvorm van boeddhisme, confucianisme, taoïsme, christendom, moslim en nog vele andere religies. Het beste van alles dus met andere woorden. De Cao Dai geloven dat God in 3 openbaringen aan de mens verscheen. Mozes was getuige van de eerste, Christus, Sakyamuni en Mohammed van de tweede en Cao Dai van de derde. Zo zie je maar, voor elk wat wils. Misschien is dit wel de oplossing voor de wereldvrede mocht deze godsdienst eens kunnen doorbreken...

Na een lichte lunch vervolgens terug naar Saigon voor een meer dan 2 uur durende tocht met de wagen. Langs de baan mooie zichten van onmetelijk grote rijstvelden en rubberplantages. Bijna ieder huis dat je passeert, ook in de verste uithoeken, is wel een winkeltje voor een of ander product. Vietnamezen zijn echte handelaars maar je vraagt je tegelijkertijd af wie al die producten nu wel koopt...


Voor ik naar Vietnam kwam, had ik zo een beeld van een land dat door het communistisch regime ergens in de jaren 70 was blijven stilstaan. Niets is echter minder waar. Ondanks het feit dat de communisten nog altijd aan de macht zijn, werd de centraal geleide economie eind de jaren tachtig hervormd naar een markteconomie naar Westers model. Het kapitalisme heeft hier dus zijn intrede gedaan en hoe kan het ook anders gezorgd voor welvaart en groei van het land. De economie draait hier op volle toeren en waar ik dacht om hier oude auto's en brommers te zien, rijdt iedereen hier bijna met splinternieuwe wagens of brommers rond. Iedereen heeft één of meerdere GSM's en allen beschikken ze over de laatste technologie als het gaat over tv's, laptops of dergelijke. Toch even een randbemerking: buiten de prestigieuze merken als Mercedes, Audi, BMW, Bentley en Porsche heb ik hier nog geen andere Europese wagens gezien. Toyota, Kia, Hyundai en SangYong zijn hier daarentegen wijd verbreid. Wat je wel voelt, is dat de samenleving moeite heeft om dit allemaal te volgen. Tegen een recordtempo worden moderne kantoorgebouwen en appartementen opgetrokken maar blijkbaar is er geen geld voor deftige wegen of zelfs een veilig elektriciteitsnetwerk. De vele elektriciteitspalen met een wirwar van elektriciteitskabels maken dan ook een vast deel uit van het straatbeeld. Naast het rijgedrag van de Vietnamezen heb ik ook hier mijn bedenkingen omtrent de veiligheid...

Om nog even bij het rijgedrag te blijven stilstaan het volgende. De bromfiets is hier zoals eerder al gezegd bijna heer en meester in het verkeer. De auto's moeten zich echt een weg banen door het verkeer en hiervoor bedienen ze zich met groot enthousiasme van de claxon. Op de auto van onze chauffeur is de plaats waar zijn duimen het stuur raken voor het bedienen van de claxon al duidelijk afgesleten. Waar ik telkens van versteld sta, is dat niemand meer opkijkt van de claxon of zelfs als een wagen op enkele centimeters van een brommer rijdt. Ze worden bijna van de weg geduwd en toch gaan ze maar langzaam opzij. Het valt op dat niemand zich hierover kwaad maakt. Noch de toeterende chauffeur die vindt dat het niet snel genoeg gaat, noch de man of vrouw die zich aangesproken voelt en plaats moet maken. Alles gebeurt rustig alsof dit de normaalste zaak van de wereld is.


Toch zijn er ook positieve punten aan hun "verkeersgeleidingsstelsel": vele verkeerslichten zijn voorzien van een display die digitaal per seconde aftelt wanneer het licht van kleur zal veranderen. Zo weet je perfect wanneer het rood zal worden en bij groen hoef je ook niet te treuzelen. Dit mogen ze gerust bij ons ook installeren. Het verkeer zou er heel wat vlotter op worden.


Om nog even terug te komen op het thema bromfietsen. Deze worden ook voor alles gebruikt en voor velen is het hun enige vervoersmiddel. Soms zitten ze er wel met 4 op: vader, moeder en 2 kinderen. Je kan je niet voorstellen wat ze er allemaal mee vervoeren. Ik ben enkele van de markantste beelden aan het verzamelen en in het fotoboek komt er zeker een speciale sectie hiervoor. Alvast een voorsmaakje met de foto hiernaast.

Het is hier ondertussen 17.15 uur in de namiddag en het zal stilaan donker worden. We zullen er nog vlug van profiteren om een uitstapje in het stadscentrum te maken en nadien iets te gaan eten. Morgen vertrekken we om 8 uur richting Mekong delta, de zogenoemde rijstschuur van Azië. Veel zal ik nog niet verklappen want dan heb ik de volgende keer niets meer te vertellen.

Tot slot nog dit, voor zij die het nog niet zouden hebben gemerkt, heb ik rechts bovenaan ook een link gemaakt naar ons fotoboek in Picasa. Zo kunnen jullie toch een beetje meegenieten van de beelden die wij te zien krijgen. Sommigen van jullie vinden het jammer dat er op de blog niet kan worden gereageerd maar ik heb dit afgezet om spam te vermijden. Commentaren zijn altijd welkom op mijn alomgekend mailadres.

woensdag 25 november 2009

21 daagse rondreis in Vietnam - Dag 3

Deze morgen kennis gemaakt met het Vietnamees ontbijt. Naast het brood en de eitjes, kun je hier ook een volledige warme maaltijd eten. Mij trekt het niet zo aan maar blijkbaar kunnen de autochtonen hiervan wel genieten. Vervolgens stipt om 9 uur afgehaald door onze chauffeur die ons de hele dag zou begeleiden. We zijn gestart met een bezoek aan het vroegere presidentieel paleis, het Paleis van de Onafhankelijkheid. Na de machtsovername door de communisten werd het gebouw toepasselijk omgedoopt tot het Paleis van de Hereniging. Dit gebouw werd in 1966 in gebruik genomen als officiële residentie van de toenmalige Zuid-vietnamese president (zijn voorganger had het laten bouwen maar hij werd vermoord voor het gebouw af was) maar het wordt nog altijd gebruikt bij ontvangst van buitenlandse delegaties (zelfs Prins Filip was mij hier al voor) en officiële plechtigheden.

De architectuur van het gebouw is werkelijk prachtig en toen het werd gebouwd zijn tijd ver vooruit. Het is interessant om te zien hoe de president leefde want hij verbleef hier ook met zijn hele familie. Het gebouw omvat dus niet alleen officiële kamers maar ook de leefruimtes. Uiteraard mochten ook de ontspanningsruimtes niet ontbreken met een grote cinemazaal, een mini casino en ja, zelfs een discotheek op de bovenste verdieping.

Onder het gebouw de bunkers in 2 verdiepingen (letterlijk!) van waaruit de militairen hun manschappen konden aansturen en tevens ook de slaapvertrekken van de president en zijn familie (in geval van nood). Het valt wel op hoe de Vietnamezen hun geschiedenis vertellen vanuit hun standpunt en de zaken ook zo bekijken. Nodeloos te zeggen dat deze een beetje verschilt van wat wij gewoon zijn.


Na het paleis de bijna obligate stop aan het Oorlogsmuseum waar je bij de binnenkomst al onmiddellijk geconfronteerd wordt met op de Amerikanen buitgemaakt oorlogs-materiaal, gaande van enkele vliegtuigen en helicopters tot tanks en andere rupsvoertuigen. In het museum een overdaad aan foto's die vooral de wreedheden van de Amerikanen moeten aantonen. Tevens zien zij hun oorlog als heel belangrijk. Constant worden vergelijkingen gemaakt met de Tweede Wereldoorlog die volgens hen bijlange niet zo belangrijk was. Zo duurde die volgens hen maar 3 jaar en 8 maanden terwijl de oorlog in Vietnam toch wel 17 jaar en 3 maanden duurde. Vervolgens worden er nog analyses gemaakt van het aantal tonnen bommen die er werden gegooid, het aantal slachtoffers, het aantal ingezette militairen en je zal onmiddellijk inzien dat de Vietnamese oorlog veel belangrijker was dan W.O. II. Het is maar hoe je het bekijkt.


Vervolgens doorgereden een artisanaal lakwerkfabriekje. Die mooie Chinese of moet ik zeggen Vietnamese lak wordt gemaakt van eendeëierschalen en parelmoer. Het is wel mooi om naar te kijken maar ikzelf ben niet zo zot van die Oosterse taferelen. Daarna naar Chinatown met een bezoek aan de mooie Thien Hau Pagode.


Na weeral een ritje door een wirwar van straten tussen brommers en andere auto's zette onze chauffeur ons af aan de Binh Tay markt, een overdekte markt waar je bijna alles kunt kopen. Onmiddellijk vallen de smalle gangetjes op waar je je moet door wringen om vooruit te geraken. De gangen staan vol met dozen en de uitbaters van de kraampjes eten dan nog eens op de grond voor hun winkeltje. Als het hier zou branden, komen er niet te veel levend uit. Onderweg worden we voortdurend aangeklampt door lieftallige dames die je hun waren willen slijten. Aanklampen moet je hier ook letterlijk nemen want ze deinzen er niet voor terug om je arm vast te nemen en je bijna naar hun standje mee te sleuren. Dit zijn wij Westerlingen niet gewoon. Toch blijven ze heel vriendelijk en dringen ze niet echt aan. De markt is immens groot en soms moet je even goed nadenken om je te kunnen oriënteren. Gelukkig zijn er vele zones waar zo ongeveer dezelfde producten worden verkocht. Hier stel ik mij toch vragen: alle winkeltjes in een bepaalde zone verkopen nagenoeg dezelfde producten. De concurrentie moet dus bikkelhard zijn, veel zullen ze er niet aan verdienen. Op het gelijkvloers ook een afdeling met lederwaren. Voor een prikje koop je hier een (namaak) Louis Vuiton, Prada of ander soort handtas of portefeuille. Ook hier weer hetzelfde principe: de geafficheerde prijs is nooit de prijs die je mag betalen, integendeel. Het valt mij ook op dat de meeste standjes worden uitgebaat door dames (jong en oud) en dat ze ook altijd bezig zijn. Als er geen klanten zijn, zie je hen voordurend schrijven in hun notaboekje of zijn ze zaken aan het inpakken of uitpakken.


Na de markt naar het Postgebouw gegaan dat naast de Notre Dame kathedraal ligt. Ondertussen is het beginnen regenen maar heel erg is dat niet. Buiten is het immers 28 graden en dus voelt het zeker niet koud aan. Grappig is wel dat al die motorrijders binnen de 5 minuten rondrijden met hun poncho op hun bromfiets. Ze hebben blijkbaar alles bij de hand en ze zullen zeker niet nat worden.

Rond 15 uur zijn we terug afgezet in ons hotel. We worden om 18.45 uur terug opgehaald voor het welkomstdiner en morgen moeten we er vroeg uit. Om 7.30 uur worden we al opgehaald om naar de Tay Ninh provincie te reizen. Rond de middag moeten we daar een ceremonie meemaken aan de beroemde Cao Dai tempels en in de namiddag brengen we een bezoek aan de Cu Chi tunnels, een ondergronds tunnelnetwerk van de Vietcong.

dinsdag 24 november 2009

Beste van Vietnam - 21 daagse rondreis van Zuid naar Noord - Dag 1 & 2

Deze keer gaat de reis naar Vietnam waar we met Fox Reizen een 21 daagse individuele rondreis van Ho Chi Minh City (Saigon) naar Hanoi hebben geboekt. Op 23 november was het vroeg opstaan om 4 uur 's morgens want we hadden onze vlucht vanuit Amsterdam om 13.05 uur. Eerst de Thalys naar Brussel en vervolgens in rechte lijn naar Schiphol. Voor een keer waren we mooi op tijd maar toen we aan de gate kwamen, bleek ons vliegtuig met een technisch probleem te kampen en konden we slechts 2 uur later vertrekken. Op zich niet zo erg ware het niet dat we geen rechtstreekse vlucht hadden. Onze reis naar Saigon verliep via Hong Kong en daar hadden we anderhalf uur later al een aansluiting. Dit konden we dus wel vergeten...

De vlucht naar Hong Kong met Cathay Pacific Airlines in een mooie en supermoderne 747-400 verliep naar behoren en bij aankomst in Hong Kong werden we al direct door het grondteam verwelkomd met nieuwe ticketten voor een latere vlucht (vertrek om 16.30 ipv 9.00 uur) en een voucher voor een hotelkamer en een uitgebreide lunch in een luxehotel vlak naast de luchthaven. Op die manier konden we ons tenminste een beetje verfrissen en de uitgestelde slaap een beetje inhalen. Een douche, een goede scheerbeurt en enkele uren slapen maakten van mij weer een andere man.

Van Hong Kong is het naar Ho Chi Minh City slechtts 2u30 vliegen en dat maakte deze reis niet zo lastig. Meer nog, we keerden ook weer een uurtje terug in de tijd. Nu is het verschil met België 6 uur. Aangekomen in Saigon bleek onze chauffeur ons gelukkig nog op te wachten.



Ondertussen was het al goed donker en het ritje van de luchthaven naar het hotel in het centrum duurde zo'n 45 minuten. Ondertussen konden we ervaren hoe het er hier aan toe gaat in het verkeer. Ik wist dat er in Azië veel brommertjes rondrijden maar het is pas als je er zelf tussen rijdt dat je het echt beseft. Ik raad dan ook niemand aan om hier zelf het stuur te gaan nemen want je houdt het geen kwartier vol zonder ongelukken. Het meest gebruikte instrument is hier wel de claxon en niemand stoort zich echt aan de verkeersregels. Assertief rijden noemen ze dit hier maar net zoals in de jungle geldt ook hier de wet van de sterktste. Auto schuiven voortdurend van links naar rechts op de baan en storen zich er niet aan wie er op dat moment op het baanvak rijdt. Je moet maar uit de kant gaan en als het niet snel genoeg gebeurt, wordt gretig gebruik gemaakt van de claxon. Hou er dan ook nog rekening mee dat al die brommertjes overal tussen vliegen en dat je ook nog eens voetgangers in het midden van de weg ziet stilstaan. Kortom, het is ook niet te verwonderen dat het aantal verkeersslachtoffers per 1000 inwoners hier vier keer hoger ligt dan bij ons.

Ons hotelletje is een klein maar deftig gebouwtje. Een heel kleine gevel van misschien maar 5 meter maar wel 8 etages. Het is er in elk geval wel proper en voorzien van alle comfort. Na installatie in onze kamer nog een kleine avondwandeling gemaakt in de stad. Het is ongelofelijk hoe hier alles bruist van leven. Zelfs om 9 uur 's avonds zijn ze hier nog bezig met werken en het bouwen van nieuwe grote en moderne kantoorgebouwen. Een zien wat het morgen bij klaarlichte dag zal geven...

Tenslotte nog een hart onder de riem voor zij die dromen om ooit eens multimiljonair te kunnen worden: hier kan het. In het hotel hebben we onze eerste Vietnamese Dongs aangekocht. Voor 50 euro kregen we 1,4 miljoen (!!!) Vietnamese Dong. Zo gaat het natuurlijk ook snel maar je voelt je er wel rijk mee, tenminste tot op het moment dat je ze moet beginnen uitgeven (een blikje bier in een winkel kost hier wel 8.000 VND)... Bijkomend probleem: je moet altijd pakken geld op zak hebben en dat past niet altijd goed in je portefeuille.

Voilà, dit is het voor vandaag. Het is hier ondertussen 23 uur en ik moet nog heel wat slaap inhalen. Morgen komen ze ons om 9 uur 's morgens ophalen voor een stadsbezoek.

donderdag 12 februari 2009

Dag 14: Peter Island (Great Harbor) naar Tortola (Road Town)

De zware storm op zee zorgde voor een onrustige nacht. Telkens ging er wel iemand naar buiten kijken om na te gaan of het anker van de boot niet losgeslagen was. Het gehuil van de wind en het slingeren van de boot zorgden voor een slapeloze nacht voor allen.

Na het ontbijt zijn we dan ook maar zo snel mogelijk doorgevaren richting Tortola, onze eindbestemming. De wind was opnieuw aangetrokken naar 25 tot 30 knopen. We beslisten de overtocht die zo’n 5 mijl was op motor te doen. Het werd een tochtje van een goed uur en tegen 12 uur lagen we aangemeerd in de haven van Road Town, Tortola.

In de namiddag het stadje bezocht dat op maat van cruiseship toeristen is gemaakt: winkels met dure juwelen, parfums en horloges. Vervolgens enkele shops met zogezegd artisanaal gemaakte voorwerpen, een winkel met Caribische specerijen… Allemaal veel te duur en eigenlijk ook zonder echte waarde. Het bezoekje was dan ook maar van korte duur.

De rest van de namiddag vervolgens doorgebracht aan de bar en op het schip. We beseften allemaal dat dit onze laatste nacht op de Caraïben zou zijn en niettegenstaande we allemaal terug verlangen om naar huis te gaan, maakte het ons toch een beetje droef.

Toch even een balans opmaken van deze reis: Op zeilgebied is het hier wel een paradijs. Alle eilanden liggen zo dicht bij elkaar dat je op zicht van het ene naar het andere kan zeilen. Ieder eilandje heeft wel een aantal unieke troeven die het de moeite maken om er aan te leggen. De stranden, de baaien zijn allemaal paradijselijk mooi zoals in de films.

Het weer is er fantastisch met iedere dag een oost tot noordoosten wind, normaal tussen de 13 en 15 knopen (4 beaufort) wat eigenlijk ideaal zeilweer is. Voor de niet al te gevorderde zeiler zijn er voldoende faciliteiten om in een haven aan te leggen of je ’s nachts vast te leggen aan een boei. Ook daar zijn er niet te veel risico’s.

Het eten is hier niet speciaal en heel duur. Ook boodschappen doen kost verschrikkelijk veel geld want alles is hier geïmporteerd. Hou dus rekening met een aanzienlijk budget voor deze post. Eigenlijk moet je voldoende budget voorzien voor de rest ook want voor het overnachten in een jachthaven ben je al snel 80 tot 90 dollar kwijt, aanmeren aan een boei kost tussen de 15 en 25 dollar.

De hele economie draait hier op de toeristen, vooral van cruiseschepen in de grotere havens en van de zeilers in de kleinere. Voor alles wat je hier wil doen, moet je geld uit je zakken halen. Meestal zijn ze hier wel heel vriendelijk en behulpzaam.

Ik ben blij dit alles eens meegemaakt te hebben en raad het alle zeilliefhebbers aan om zeker eens te doen. Wie weet, kom ik hier ooit wel nog eens terug. Maar nu ben ik al plannen aan het maken voor onze volgende reis naar Saint-Barth in november van dit jaar. De plaatselijke zeilclub heeft het MExT Sailing Team uitgenodigd op één van hun kampioenschappen. Bart wil met het hele team present zijn. We zien wel wat het wordt…

Dag 13: Norman Island (The Bight) naar Peter Island (Great Harbor)

Uiteindelijk hebben we de BBQ niet gebruikt en ons beperkt tot een geïmproviseerde spaghetti op de wijze van Bologna. We hadden de dag ervoor immers al steak gegeten en 2 dagen na elkaar zou een beetje teveel van het goede geweest zijn.

Rond 10u30 dan maar koers gezet naar het volgende eiland: Peter Island. Dit eilandje ligt op zo”n 4 mijl varen van Norman Island. Oorspronkelijk zouden we het stukje op motor varen, kwestie van ook eens de batterijen van de boot op te laden. Het weer was echter schitterend en toen een jongedame op een zodiac foto’s kwam nemen, was Bart niet meer te houden en dienden de zeilen gehesen te worden. Het was een goede beslissing van de wind zat goed en de boot liep zowaar constant minstens 5 knopen. Na de fotoshoot die te vinden zou moeten zijn op de volgende link verder opgekruist naar Peter Island. We waren eerst van plan om naar Peter Harbor Resort te zeilen maar toen daar niemand in de haven bleek te liggen, veranderden we onze plannen en zeilden we naar Great Harbor, een baai om de hoek. Bij het binnenvaren van de baai ervaarden we een nieuw hoogtepunt van onze reis: een familie dolfijnen kwam onze boot vergezellen. Moeder en vader vergezeld van baby hebben wel bijna 15 minuten lang voor onze boot uitgezwommen en ons vermaakt. Het was een schattig zicht.

Het weer was ondertussen volledig omgeslagen. De wind was aangetrokken tot wel 30 knopen en we kregen de ene plensbui na de andere op onze kop. We dienden voor anker te gaan want in deze baai waren geen boeien aanwezig waar we ons aan konden vastmaken. Dit was met dergelijke wind niet eenvoudig. Het anker was wel snel uitgeworpen maar door de lengte van de ketting bleef de boot maar slingeren van links naar rechts. Het was dus nodig om alles goed in het oog te houden en na te gaan of het anker niet aan het slepen was.

Het werd inmiddels een echte storm op zee en al snel liepen andere boten ook de baai binnen om te schuilen voor het noodweer. In zo’n situaties komt het er dan op aan alles goed in de gaten te houden want als alle boten aan het slingeren gaan op hun anker, loop je het risico dat je op een bepaald moment tegen elkaar botst. Dit zijn nu net de dingen die je niet wil meemaken, vooral ’s nachts niet.

Door de zware wind en regenval was het onmogelijk om buiten te zitten. Om de tijd in onze cabine te doden dan maar naar een dvd gekeken, toevallig een triller. De wind die buiten huilde en de schommelende boot maakten de film nog griezeliger.

Tegen de avond de BBQ aangestoken, met de harde wind gloeiden de kooltjes al heel snel. Onze filet pur was is een mum van tijd klaar. Tenslotte nog een kaartje gelegd en tegen 11 uur lagen we allemaal in onze kooi.

maandag 9 februari 2009

Dag 12: St. John (Lameshur Bay) naar Norman Island

Voor het ontbijt eerst even gesnorkeld en naar visjes gezocht. Het baaitje waarin we geankerd lagen bood heel wat fraais en aan kleurrijke vis was er zeker geen tekort. Na onze gebruikelijke omelet met voor de verandering een keer spek en worst en kaas koers gezet naar Norman Island. Dit eiland, genoemd naar een piraat, is vooral gekend van het boek “Schatteneiland” van Robert Lewis Stevenson. Het eiland heeft enkele grotten die uitmonden in de zee en naar het schijnt zou dit een ideale plaats geweest zijn om schatten te verbergen. Op een paar gouden muntstukken na is hier echter nooit iets wezenlijks gevonden.

Na anderhalf uur zeilen op scherpe koers konden we ons vastleggen aan een boei dichtbij de grotten. Een snorkeluitstapje naar de grotten bleek niet alleen interessant maar ook leuk. We werden omsingeld door wel honderden vissen van allerlei soort en kleuren. Na de snorkelbeurt vervolgens geluncht aan boord en daarna koers gezet naar de baai ernaast waar we een ankerplaats voor de nacht zouden zoeken.

De baai “The Bight” bleek populair bij de toeristen. Tientallen jachten hadden zich al aan een ankerboei vastgelegd. Toch waren er nog voldoende boeien over zodat we probleemloos een plaatsje voor de nacht konden vinden. Ons jacht lag dicht bij de William Thornton, een 93 voet grote replica van een Nova Scotia Schoener dat nu dienst doet als drijvend restaurant.

We zouden deze avond aan boord eten en opnieuw de BBQ gebruiken.

Dag 11: St. Thomas (Charlotte Amalie) naar St. John (Lameshur Bay)

Omdat we de volgende dagen niet in een jachthaven zouden aanmeren, dienden we wat extra proviand in te slaan. Niettegenstaande het zondag was, konden we toch vlot een supermarkt vinden die ons van het nodige gerief kon voorzien. Het weer was ondertussen aan het omslaan en donkere wolken verzamelden zich boven het eiland. Onze eerste doelstelling om vanuit St. Thomas naar Norman Island te zeilen bleek niet haalbaar. Het zou een kruisrak worden en met een snelheid van slechts 3-4 knopen zouden we voor de 15 mijl in rechte lijn wel gemakkelijk 4-5 uren moeten zeilen. Rekening houdend met het feit dat we dan nog meer afstand zouden afleggen omdat we tegen de wind in moesten zeilen, maakte het risico om niet voor het donker aan te komen veel te groot.

Snel werd een oplossing gevonden door een nachtankerplaats te vinden op het eiland St. John, namelijk in Lameshur Bay,dit op ongeveer 10 mijl van onze vertrekplaats. De weg ernaartoe verliep minder vlot: vooreerst begon het te stortregenen vanaf het moment dat we de haven hadden verlaten en het zou niet meer ophouden tot de avond. Tijdens deze stortbuien moet je wel heel geconcentreerd zijn want de zichtbaarheid is dan zo goed als niets. De wind liet het ook al afweten: tijdens het begin van de bui hevige rukwinden tot 25 knopen en direct erna niets meer. Zeilen in dergelijke omstandigheden is dan ook verre van ideaal. Het grootste deel van de rit werd dan ook onder motor gevaren, weliswaar met de zeilen erbij.

Tegen 15 uur aangekomen in de kleine baai waar we de nacht zouden doorbrengen. Na de gebruikelijke manoeuvres om de boot vast te leggen en de lijntjes mooi op te bergen eerst ons middagmaal genuttigd: kippenvleugeltjes met de overschot van de pasta van enkele dagen ervoor. In tapas stijl een beetje olijven gegeten en al snel vloeide de wijn rijkelijk om al het regenwater dat we de ganse dag hadden moeten slikken, weg te spoelen.

In de baai lagen er slechts een drietal andere jachten en eenmaal donker hield het op met regenen. De hemel klaarde open en een mooie volle maan kwam tevoorschijn. De schittering op het water was adembenemend mooi en zette al snel mijn medereizigers aan tot het maken van een zwempartij in het donker. Ikzelf had al genoeg water gezien en gevoeld tijdens de dag en besloot aan boord te blijven om het gebeuren op band vast te leggen.

Met vol enthousiasme werd onze BBQ aangestoken om er een T-bone steak van wel meer dan 1 kg op te leggen. Dit zou smaken… Vergezeld van verse Icebergsla die we in de ochtend hadden gekocht, smaakte de steak beter dan ooit.

De rest van de avond werd doorgebracht met het aanleren (via simultaan vertaling) van Vlaamse muziek aan Hélène. Met een i-Pod kun je toch leuke dingen doen. Uiteraard werd ons enthousiasme aangewakkerd door de wijn die maar niet op bleek te geraken.
Rond 23 uur lagen we allemaal in onze kooi te slapen.