zaterdag 12 december 2009

21 daagse rondreis in Vietnam - Dagen 19-20-21


Vandaag om 8u30 vertrokken voor een 3u30 durende tocht naar Halong City om er in te schepen op de “Jewel of the Bay”, een Vietnamese jonk, voor een 2 daagse cruise in de wereldberoemde Halong Bay. Onze nieuwe gids voor deze 2 dagen, Minh, heeft ons tijdens onze tocht hiernaartoe heel wat statistieken afgerammeld over de staat van de economie van het land. Hij is een Noord-Vietnamees en afkomstig uit Halong City en dat is er meteen ook aan te zien. Zijn vader is een gepensioneerde hoge officier in het leger en heeft nog tegen de Amerikanen gevochten. Zijn visie op de Amerikaanse oorlog is dan ook totaal verschillend van onze gids die we in het begin van onze reis in de Mekong Delta hadden. Deze laatste was als vluchteling tijdens de oorlog in Thailand beland en werd zelfs financieel gesteund door een Belgisch gezin. Overal waar we passeren, wijst Minh ons op de plaatsen die indertijd door de Amerikanen werden gebombardeerd en wat de Noord-Vietnamezen hebben gedaan om zich te verdedigen. Uit de ondertoon van zijn gesprekken kun je afleiden dat hij het hen nog altijd niet helemaal vergeven heeft.


De Highway 1 uit Hanoi gaat recht naar de Chinese grens (120 km) en is opnieuw van excellente kwaliteit met opnieuw 2 rijstroken aan elke kant met middenberm. Onderweg zien we hoe Vietnam probeert te werken aan de verbetering van de leefbaarheid van Hanoi door het bouwen van appartementsblokken een eind buiten de stad. Deze appartementen worden zwaar door de overheid gesubsidieerd en zo probeert men mensen te overtuigen om buiten de stad te gaan wonen. Een snelle treinverbinding met de stad die ook in volle aanleg is, moet hen helemaal over de brug halen. De snelweg is van hoge kwaliteit en wordt nog verder uitgebouwd en nu begrijp ik ook waarom: er is richting Halong Bay heel wat industrie. Canon heeft hier een fabriek waar meer dan 1.000 mensen onderdelen voor fototoestellen maken, er zijn ceramiekfabrieken, textielfabrieken, koolmijnen... Dit samen met de Mekong Delta is duidelijk het kloppend hart van Vietnam.

De rit duurt naar Halong Bay duurt nu nog 3u30 maar tien jaar geleden zou je er nog 6 uur over hebben gedaan. Men is volop bezig met de bouw van een hogesnelheidstreinlijn zodat je in 5 jaar naar Halong in anderhalf uur zult kunnen sporen aan een snelheid van 200 km/u. Opnieuw een voorbeeld van de snelle ontwikkeling van dit land.

In de haven aangekomen, ligt onze boot ons aan de kade al op te wachten. Het is niet de luxe die we in het filmpje hebben gezien maar het voldoet ruimschoots. In plaats van de 5 sterren zou ik 3 sterren zeggen. Benedendeks zijn de slaapruimtes, 1ste verdiep het restaurant en bovenaan het zonnedek. Alles mooi in hout afgewerkt en proper. Er is plaats voor 8 gasten en hiervoor staat een bemanning van 7 personen ter beschikking. Kan je nog beter worden gediend?

Aan boord zijn er nog 2 andere koppels die de cruise zullen meedoen: 2 Nieuw-Zeelanders en 2 Amerikanen uit New York. Het duurt niet lang of we zijn al allemaal over onze reis aan het vertellen. Net voor het uitvaren worden we aan tafel geroepen voor de lunch. We dachten aan een lichte lunch maar niets is minder waar: we beginnen met enkele grote garnalen en vervolgen met een hele krab en clams. Daarna gefrituurde vis met zowaar frietjes en vervolgens gegrilde inktvis met rijst. Als we bijna geen kik meer kunnen zeggen, krijgen we nog drakenfruit als dessert. Ondertussen kunnen we van deze prachtige rotsen genieten, ja, nu waan ik mij echt in het paradijs. Halong Bay is inderdaad nog mooier dan op de foto’s. Je moet het van dichtbij meemaken hoe deze indrukwekkende karstrotsen recht uit de zee verrijzen. Deze groep van meer dan 3.000 eilandjes verspreid over een oppervlakte van meer dan 1.500 km² is niet voor niets verkozen tot Unesco Werelderfgoed, het is gewoon prachtig. Uiteraard moet je een beetje geluk hebben met het weer want zeker nu in de winter is het bekend dat het er erg mistig kan zijn. Dan gaat natuurlijk een groot deel van de kleurenpracht verloren.


Wij hebben deze keer geluk, Niet alleen is het warmer dan normaal voor de tijd van het jaar maar tegelijkertijd schijnt ook de zon nog. Op trage snelheid glijdt ons schip tussen de eilandrotsen door en na de lunch leggen we aan in een klein baaitje om de Hang Sung Sot te gaan bekijken: de grot der verrassingen. Deze 12.000 m² meter grote grot werd in 1995 voor de toeristen opengesteld en is werkelijk prachtig. Met een beetje goede wil kun je in de stalognieten en -tieten verschillende figuren zoals een schildpad, een boeddha, een draak of een meisje met lang haar ontdekken. Na het bezoek aan de grot varen we vervolgens door naar een nieuwe baai waar we aanleggen en kunnen gaan kajakken. Met deze kleine bootjes kunnen we door grotten peddelen die anders niet door grotere boten te bereiken zijn. En ja, het loont de moeite. Via een kleine spelonk peddelen we ons naar een fantastisch mooie lagune, de eerste in mijn leven. We drijven in een kleine ruimte van een paar honderd meter volledig omringd door misschien wel 80 m hoge rotsen. Je kan er alleen binnengeraken via een klein gaatje van 5 m breed en 1 m hoog. Ik ben sprakeloos van de pracht en de stilte hier. Dit is waarlijk een van de mooiste plekjes op aarde.

Na het kajakken terug aan boord voor een verfrissende douche en nog wat verbroederen met onze medepassagiers. Om 7 uur volgt een diner terwijl we in de baai voor anker liggen. Opnieuw krijgen we een hele rist superverse visgerechten voorgeschoteld en rond 22u gaan we allen moe en voldaan slapen. Het ontbijt voor de volgende dag is al om 7u15 gepland.

Na een redelijk rustige nacht, nu en dan gewekt door het lawaai van de generator, een uitgebreid ontbijt aan boord gekregen en vervolgens koers gezet naar een ander deel van de baai voor een stop aan een zandstrandje. Jammergenoeg is het ondertussen gaan druppelen en lijkt een strandbezoek niet echt aangewezen. Toch voel ik mij niet ontgoocheld want de pracht van de dag voordien heeft ervoor gezorgd dat deze reis niet meer stuk kan. Ik neem de tijd om ondertussen mijn dagboek verder aan te vullen.


Vervolgens zetten we opnieuw koers door de kleine eilandjes richting thuishaven in Ha Long City. Ik neem plaats op het zonnedek en kan in stilte genieten van deze schoonheid. Ja, het is niet te verwonderen dat Ha Long Bay op de shortlist staat van de 7 natuurlijke wereldwonderen die je via het internet kunt stemmen. Zij die naar de volledige lijst willen kijken of willen stemmen kunnen dit via de volgende link. Ik heb de lijst eens zelf bekeken en ben toch blij dat ik ook al enkele andere shortlist kandidaten heb mogen aanschouwen.

Na nog een stevige lunch bestaande uit sterk gezouten wortelsoep, kleine pikante scampi’s, lenterolletjes en zoete aardappelen met als een dessert een banaan leggen we rond 11u30 opnieuw aan aan de kade van Ha Long City. Dit is dan ook onze laatste echte activiteit van onze reis. We hadden niet beter kunnen afsluiten. We nemen afscheid van onze medepassagiers en zoals wellicht in veel gevallen wisselen we e-mails en adressen uit want we zijn overal welkom, in ons geval Nieuw Zeeland en New York. Het afscheid verloopt bijna emotioneel want wanneer ik Dirk, de Amerikaan, de hand wil schudden sleurt hij me tegen zijn borst alsof hij afscheid moet nemen van zijn dierbaarste vriend. Die Amerikanen toch...

De 3u30 durende terugweg naar de luchthaven van Hanoi verloopt vlot en dank zij onze gids die deze keer het Engels goed machtig is, gaat ze ook snel voorbij. Ondertussen leren we heel wat bij over de Vietnamese cultuur en gewoonten. Tijdens het gesprek merk ik toch iets vreemds op: hij is 31 jaar maar heeft al een eigendom en een auto wat voor de zoon van een communist toch wel opmerkelijk is. Zijn Zuid-Vietnamese collega van enkele weken geleden moet het nog altijd zonder die dingen stellen... Het is misschien toeval maar ik vind het vreemd dat zij die nu net het communisme hebben gepredikt ondertussen het rijkst zijn en de eersten zijn om te zeggen dat het communistisch systeem niet heeft gewerkt. De boeren zijn ondertussen bezitters van hun eigen land en verantwoordelijk voor hun opbrengsten. Hierdoor is Vietnam op enkele jaren tijd van een rijst importerend land geëvolueerd naar een rijst exporterend land en groeit de economie van het land met meer dan 10% per jaar. Onze gids, Minh, merkt wel op dat de school ondertussen niet meer gratis is en dat de lessen in halve dagen moeten worden gegeven om de grote toevloed aan kinderen meester te kunnen. Een groep volgt ’s morgens les, een andere ’s namiddags. Ja, dit zal een land met vele contrasten blijven en dat maakt het dan ook zo boeiend om het te komen bezoeken.

Voor ons is het in elk geval voorbij en nu rest ons alleen nog de terugreis van Hanoi via Hong Kong naar Amsterdam. Ik zie op mijn PC dat het in Oostende slechts 5 graden is terwijl het er hier vandaag nog 27 is. Het zal weer een beetje aanpassen worden...

21 daagse rondreis in Vietnam - Dag 18bis


Deze namiddag nog naar het waterpoppentheater geweest en ondanks het feit dat het poppenspel niet mijn favoriete tijdsverdrijf is, kan ik dit schouwspel toch aanbevelen. Het is ongelofelijk hoe de poppenspelers hun marionetten via lange stokken door het water laten bewegen alsof ze boven op het water drijven. Van de stokjes en koordjes die de poppen doen bewegen, zie je nagenoeg niets. Het schouwspel wordt vervolledigd door een bandje in tradionele klederdracht en met traditionele muziekinstrumenten. Alles wordt live gespeeld en gezongen in synchronisatie met de poppenspelers. De scènes die ze spelen zijn zelfs voor ons Westerlingen goed te verstaan en zijn vaak gebaseerd op legendes en mythes maar ook over het leven van elke dag.


Nadien nog eens rondgewandeld in de oude stad. Hanoi is in bijna niets te vergelijken met Ho Chi Minh City. De straten zijn er heel smal, het is er wel 10 keer luidruchtiger, een straat oversteken moet je bijna doen op gevaar van eigen leven... Het oude gedeelte van de stad is eigenlijk 1 groot winkelcentrum waarbij alle huisjes eigenlijk kleine winkeltjes zijn. Aangezien naar vroegere gewoonte elke straat door 1 gilde wordt bewoond, wordt in de hele straat hetzelfde verkocht. Zo heb je een straat voor kledij, een voor papierwaren, een voor zijde, een voor specerijen, een voor groenten, een voor ijzerwaren en ik kan zo wel blijven doorgaan. Al deze kleine winkeltjes verkopen dan wel allemaal dezelfde producten, net zoals je in de supermarkt ook gangen hebt met dezelfde producten. Dit heeft zo wel zijn voordelen: aangezien de meeste producten zo goed als identiek zijn, is de concurrentie onder de handelaars ook bikkelhard en ben je meestal zeker om aan een goede prijs aan te kopen (tenzij je toerist bent natuurlijk). Het systeem van straten met dezelfde producten is ook efficiënt omdat je direct naar die straat kunt gaan waar ze de goederen verkopen die je nodig hebt en zo de rest overslaan. Voor de “shopping experience” is het echter minder aangenaam want al snel ben je oververzadigd van altijd maar hetzelfde te zien.

In elk geval, op je gemak er rondkuieren is hier niet mogelijk. Als er al trottoirs zijn, zijn deze ofwel bezet door geparkeerde brommers, ofwel waren van de winkeltjes, ofwel mensen die op straat zitten te eten rond een geïmproviseerd tafeltje. Dit verplicht je je wandeling op straat te doen, tussen het drukke verkeer van al die bromfietsen en auto’s en geloof me, dit vergt enige moed en concentratie. Met twee kun je het sowieso al vergeten om naast elkaar te lopen. Geef mij dan maar Saigon met haar brede lanen...

donderdag 10 december 2009

21 daagse rondreis in Vietnam - Dag 18


Vandaag stond een stadsbezoek van Hanoi op het programma. Onze eerste stop was aan het Ba Dinh plein, plaats waar Ho Chi Minh op 2 september 1945 de onafhankelijkheid van de Democratische Republiek Vietnam uitriep. Op dit plein vind je vele toeristische attracties zoals het presidentieel paleis, het Ho Chi Minh museum en nog belangrijker het Ho Chi Minh Mausoleum maar ook de eenzuilige pagode en de paalwoning van Ho Chi Minh.


Bij onze aankomst wordt onze wagen voor het eerst gecontroleerd: in koude oorlogstijl komen ze met spiegels onder de wagen kijken en dient de motorkap en koffer te worden open gemaakt. Ook binnenin wordt de wagen grondig geïnspecteerd en worden alle vakjes open gemaakt op zoek naar wapens of springstoffen. We zijn hier duidelijk op een belangrijke plaats aangekomen...


Het mausoleum is een waar pelgrimsoord voor de Vietnamezen en er staan dan ook lange rijen wachtenden om een glimp te kunnen opvangen van het gebalsemde lijk van de man die hen van de Fransen en de Amerikanen heeft bevrijd. Zelfs kinderen van nauwelijks 4 jaar worden hier met bussen aangevoerd om de held van het vaderland te komen bewonderen. Het schrijnendste is misschien wel het feit dat het Ho Chi Minh’s laatste wens was om gecremeerd te worden en dat zijn asse op niet nader genoemde plaatsen verspreid over het noorden, midden en zuiden van het land zou uitgestrooid worden. De partijbonzen dachten er bij zijn dood in 1969 echter anders over en beslisten zijn lichaam naar Rusland over te brengen alwaar het naar het voorbeeld van Lenin werd gebalsemd om te worden opgebaard in een mausoleum dat open ging in 1975. Wij zagen het niet echt zitten om meer dan 2 uur aan te schuiven voor het aanschouwen van Ho Chi Minh en hebben dan ook vriendelijk bedankt voor deze attractie. Het gebouw is wel indrukwekkend, volledig in marmer opgetrokken en in onvervalste communistische stijl. Ook het Ho Chi Minh museum dat in 1990 werd geopend en niet veel meer bevat dan enkele foto’s, handgeschreven brieven, maquettes en vergeelde krantenknipsels hebben we op advies van onze reisgids aan ons laten voorbij gaan.


Wij zijn dan maar onmiddellijk naar de Eenzuilige Pagode getrokken die als een Lotus bloem op een steel rond een betonnen zuil is gebouwd. Deze pagode is wel een replica want de originele versie werd in 1954 door rancuneuze Fransen bij hun vertrek verwoest. De pagode werd in 1049 opgericht door een keizer als dankbaarheid omdat hij eindelijk een zoon had kunnen verwekken.

Onze volgende stop was de Tempel van de Literatuur die in 1070 gesticht werd door keizer Ly Thang Tong naar het voorbeeld van de Tempel van Confucius in Qufu (China). Tot 1919 verbleef het puik van de Vietnamezen in dit bijna 6 ha grote complex van paviljoens, tempels, slaapzalen en binnenplaatsen om de confucianistische leerstellingen te bestuderen. Ondanks de vele oorlogen die die land hebben geteisterd, is de tempel goed bewaard gebleven. Vele veroveraars lieten de tempel immers ongemoeid uit respect voor Confucius.

Vervolgens een bezoek gebracht aan het Museum voor Schone Kunsten en nadien nog het Historisch Museum bezocht. In beide gebouwen in oud Franse koloniale stijl kun je heel wat beeldhouwerken terugvinden uit het oude Vietnam.

Tegen de middag zette onze chauffeur ons terug af aan ons hotel en kregen we ook onze ticketten voor de waterpoppenshow voor deze namiddag. De waterpoppenshow is een bijna 1.000 jaar oude traditie in Vietnam en is verbonden met de teelt van natte rijst in de delta van de Rode rivier. De poppenspelers staan tot aan hun dijen in het water achter het toneelgordijn voor het bedienen van de poppen die soms wel tot 1m lang kunnen zijn en tot 16 kg kunnen wegen. Ik ben benieuwd wat de voorstelling die om 15.30 uur is gepland gaat geven.

Morgen vertrekken we om 8.30 uur voor een 4 uur durende rit naar Halong City, stad aan de wereldberoemde Halong Bay dat ook tot Unesco Werelderfgoed behoort. Sommigen zullen het misschien kennen als de filmlocatie voor de mooie film “Indochine” uit 1992 met Catherine Deneuve of de in 1997 gedraaide James Bond film “Tomorrow Never Dies”. We zullen er aan boord gaan van een groot zeilschip en een tocht in de baai maken. We zullen op het schip ook dineren en overnachten om dan overmorgen na de lunch terug te keren naar Hanoi en rond 22 uur te vertrekken naar onze eerste tussenstop van onze terugreis: Hong Kong. Van daaruit zal het terug naar Amsterdam gaan en we verwachten daar zondag rond 6.30 uur te landen om zo tegen de middag terug thuis te zijn. Aangezien ik niet verwacht om internet verbinding aan boord te hebben, wordt dit wellicht de laatste bijdrage voor onze thuiskomst. Ik zorg in elk geval nog voor een verslag en meer foto’s van de komende dagen maar zal deze wellicht pas bij mijn thuiskomst kunnen publiceren.

Nu hoop ik alvast op goed weer voor de komende dagen want Halong Bay is nogal gekend voor veel mistige dagen en dat zou echt de schoonheid van deze omgeving teniet doen. Om de lezers toch nu al een indruk te geven van wat we in Halong Bay en van onze cruise mogen verwachten, heb ik hier een link gevoegd naar een promotiefilmpje van onze touroperator. Het ziet er alvast veelbelovend uit.


woensdag 9 december 2009

21 daagse rondreis in Vietnam - Dag 17


Vandaag stond weer een lange rit van 300 km op het programma met onderweg in Ninh Binh een stop voor een 2 uur durende boottocht door de rijstvelden en bezoek aan de grotten van Tam Coc. Deze tussenstop is jammergenoeg letterlijk in het water gevallen want bij onze aankomst aan de vertrekplaats voor de sampan regende het pijpenstelen. Aangezien de bootjes geen enkele bescherming boden tegen de regen, hebben we dan maar beslist om direct naar Hanoi door te rijden.

Terwijl we de vele bromfietsen voorbijrijden, merk ik op dat in Vietnam vele mensen rondrijden en rondlopen met een mondmasker die meestal kun hele gezicht bedekt. Oorspronkelijk dacht ik dat het een soort typische Aziatische gewoonte was om zich te beschermen tegen de vervuiling en het stof op de wegen en ook een beetje als bescherming tegen ziektes (hier spreekt men nog altijd over de vogelgriep). Via onze gids heb ik geleerd dat deze wel tot de redenen behoren maar dat de voornaamste reden (vooral bij de dames toch) wel de bescherming is tegen het zonlicht. Waar wij als westerlingen een bruin kleurtje mooier vinden, doen ze er hier in Azië alles aan om zo wit mogelijk te zijn. In de schoonheidsinstituten kunnen je hier zelfs witter makende behandelingen ondergaan. Wit staat hier symbool voor aantrekkelijker dan geel of bruin. Zo zie je maar dat schoonheidsidealen kunnen verschillen van cultuur tot cultuur.

Ondertussen denk ik na bijna 3 weken ontdekt te hebben hoe het verkeerssysteem in elkaar zit. Waar bij ons iedereen die zich op een rijbaan wil begeven goed uitkijkt naar wie en wat er af komt, is dit hier helemaal anders. Hier gaat men er blijkbaar altijd van uit dat de achterliggers een beter zicht hebben op de situatie en dus zelf verantwoordelijk zijn om op tijd te anticiperen en rem- of uitwijkmanoeuvers uit te voeren. Zo komt het dat hier zo goed als niemand omkijkt als ze een baan oprijden, een weg inslaan of zelfs stoppen. De achterliggers moeten het maar gezien hebben en op tijd actie genomen hebben. Ondanks luid geclaxoneer wordt er hier ook niet opgekeken en wat ook vreemd is: ondanks het vele getoeter, de blokkerende bromfietsen of vrachtwagens op de weg, heb ik hier nog niemand kwaad gezien achter het stuur. Verkeersaggressie is hier blijkbaar iets wat nog moet worden uitgevonden. Aan de toename van het autoverkeer te zien, denk ik dat dit ook niet lang meer zal duren.

Zo’n 50 km voor Hanoi voor het eerst op een “echte” autostrade gereden met 2 vakken en een middenberm. Je mag er op het linkervak zowaar 100 km/u rijden in plaats van de normale 80. Nu is dit ook wel de maximum snelheid die ik zou aanbevelen want meer zou door de slechte staat van het wegdek ronduit gevaarlijk zijn. Aan de rand van Hanoi merk ik grote infrastructuurwerken op: grote wegen, bruggen en viaducten worden met man en macht gebouwd. Ik vraag me af of het wel zinvol is om alle inspanningen op de hoofdstad te concentreren terwijl de zo belangrijke noord-zuid as bijna volledig aan zijn lot wordt overgelaten.

Rond 14 uur checken we in in ons hotel in het oude stadsgedeelte. We hebben de rest van de namiddag vrij en morgen staat een hele dag bezoek aan Hanoi op het programma.

dinsdag 8 december 2009

21 daagse rondreis in Vietnam - Dag 16

Vandaag was een pure verbindingsdag op weg naar Hanoi. We hadden de morgen vrij om van het zwembad van ons luxeresort te genieten maar na onze aankomst gisterennamiddag lagen we allebei uitgeteld en ziek in ons bed. Van 15 uur hebben we geslapen en we zijn tot het ontbijt de andere dag er ook niet meer uitgekomen. Het ontbijt zelf was pure luxe maar ik heb mij beperkt tot een half glas melk en 3 schijfjes sinaasappel. Om 11 uur kwam onze chauffeur ons ophalen voor een 250 km lange tocht naar Vinh. Zoals altijd ziet het landschap er fantastisch mooi uit maar deze keer waren er geen stops buiten een bezoek aan het geboortedorp van Ho Chi Minh op het einde. Omdat ik me zo misselijk voelde, heb ik dan ook vriendelijk bedankt voor deze kleine detour en zijn we recht naar het hotel gereden.


Vinh is geen aantrekkelijke stad en er valt dan ook niets te beleven, ons hotel zou dus veel moeten goedmaken. Jammergenoeg bleek ons hotel bij aankomst in volle verbouwing en was de lobby zelfs volledig afgesloten. We moesten via een zijingang naar binnen en onder het geluid van de drilboren werden we naar onze kamers geleid. Toen we de kamer binnenkwamen, ging er een muffe geur zoals van zweetvoeten. Ja, dit voorspelde niet veel goeds. Tot nu toe hebben we op onze reis nog nooit iets moeten aanmerken op de hotelkeuze, integendeel maar ja, het kan blijkbaar niet altijd perfect zijn.

Rekening houdend met de toestand van mijn maag weet ik nog niet of we vanavond iets gaan eten. Op dit moment voel ik me zwak en ik hoop dat de rust mij goed zal doen en mij sterk zal maken voor morgen want we vertrekken om 7u30 en zullen op zijn vroegst om 17.00 uur in Hanoi aankomen.

maandag 7 december 2009

21 daagse rondreis in Vietnam - Dag 15


Voor de aanvang van onze laatste week moesten we vroeg opstaan want om 7u30 vertrokken we al voor een tocht van bijna 300 km verder noordwaarts naar de Phong Nha grotten. Een kleine 2 uur rijden buiten Hué passeren we de 17de breedtegraad voorbij, de vroegere grens tussen Noord en Zuid-Vietnam. Na de conferentie van Genève in 1954 werd Vietnam immers in 2 gesplitst en werd de Ben Hai rivier als kunstmatige grens tussen beide landsdelen aangenomen. Aan beide zijden van de rivier werd een 5 km brede demarcatielijn vastgelegd die vrij zou zijn van militaire eenheden, de zogenoemde DMZ of Demilitarised Zone.


Het is in deze streek dat de zwaarste gevechten tussen Amerikanen en Noord-Vietnamezen werden uitgevochten en dit gebied is ook het zwaarst gebombardeerd. Zelfs na meer dan 40 jaar komen hier nog regelmatig boeren om door contact met indertijd niet ontploft springtuig. Het gebied dient dan ook als het gevaarlijkste in Vietnam te worden beschouwd en wordt door toeristen best niet zonder gids betreden. Aan de Ben Hai rivier stoppen we aan de oude brug die Noord en Zuid verbindt. De in 1950 door de Fransen gebouwde brug is voor het wegverkeer ondertussen vervangen door een nieuwe betonnen constructie maar je kan er als voetganger nog altijd de oversteek maken. Aan de noordkant staat een zegemonument, aan de zuidkant een herdenkingsmonument voor de vele slachtoffers die hier ooit vielen. Ernaast is er een klein museum dat met veel foto’s graag nog eens de nadruk legt op de verwoestingen die de Amerikanen hier hebben gedaan en op de manier waarop de Noord-Vietnamezen zich hebben beschermd tegen al die bommenregens die het land helemaal kapot maakten. Het laatste deel toont aan de hand van enkele grote kleurenfoto’s hoe het land zich na de oorlog goed heeft hersteld en welke grote internationale (communistische) leiders de streek hier hebben bezocht. Communisme op zijn top zou ik zeggen.

Aan Dong Hoi, onze eindbestemming van de dag, verlaten we Highway 1 en rijden we de Ho Chi Minh Highway op naar de Phong Nha grotten. Deze “snelweg” is redelijk recent en ligt grotendeels op de oorspronkelijke Ho Chi Minh trail, route waarlangs de Noord-Vietnamezen Zuid-Vietnam infiltreerden en wapens en materiaal aanvoerden. Het gebeurde allemaal onder de ogen van de Amerikanen en ondanks hardnekkige bombardementen slaagden ze er niet in om deze belangrijke aanvoerroute kapot te krijgen, integendeel, het sterkte de Noord-Vietnamezen nog meer in hun opzet. De tocht van noord naar zuid duurde in het begin van de jaren 60 zes maanden waarbij de soldaten elke dag tussen de 11 en 12 uur moesten stappen. De weg werd echter constant verbeterd en tegen het eind van de oorlog konden vrachtwagens de route in 23 dagen afrijden. De huidige highway werd in 2000 aangelegd op de oorspronkelijke route en is heel omstreden. Velen vinden dat het geld beter aan andere infrastructuurprojecten of onderwijs had moeten worden besteed maar het is vooral een eerbetoon aan het oude junglepad dat Noord-Vietnam de oorlog tegen de Amerikanen hielp winnen.

De Phong Nha grotten staan ook sinds 2003 op de lijst van Unesco Werelderfgoed en liggen vlakbij het grootste bosgebied van Vietnam. Al in de 9de en 10de eeuw gebruikten de Cham de ondergrondse ruimtes als tempels maar wellicht draagden de Noord-Vietnamezen het meest bij tot hun bekendheid toen ze deze grotten als schuilplaats, garnizoensplaats en wapendepot gebruikten in de oorlog. De Amerikanen waren hiervan op de hoogte en bombardeerden de hele streek plat echter zonder ook maar enig resultaat.


De grotten bestaan uit een ondergronds netwerk van tunnels waar tot nu toe slechts 50 km van is verkend en in kaart gebracht. Met een sampan varen we de rivier de Son 5 km stroomopwaarts naar de ingang van de grot. Vervolgens gaat de motor uit en worden we de grot ingeroeid. Binnen zijn er prachtige kamers waarvan sommige wel 50 meter hoog zijn. Hier en daar zijn er kleurrijke lichten en spots aangebracht die het geheel een feeëriek uitzicht geven en er ook voor zorgen dat je je niet benauwd gaat voelen. Hier en daar kunnen we uitstappen om de verschillende stalagnieten en –tieten (ik laat het aan de lezer om uit te zoeken welke nu hangen en welke staan) van dicht bij te bewonderen. Sommige hebben herkenbare vormen, anderen hebben dan weer een geluksbrengende betekenis. Ondanks het feit dat we in een grot zitten, voelt het nooit koud aan. Na ons bezoek van bijna 2 uur rijden we tenslotte naar onze eindbestemming van de dag, een luxeresort in Dong Hoi. Morgenochtend hebben we opnieuw vrij om aan het zwembad te zitten en in de namiddag vertrekken we naar Vinh.

zondag 6 december 2009

21 daagse rondreis in Vietnam - Dag 14


Vandaag stond een bezoek aan Hué en omstreken op het programma. Na 3 dagen van bijna onophoudelijke regen was de zon eindelijk weer van de partij toen onze chauffeur ons om 8 uur stipt aan het hotel afhaalde. We werden afgezet aan een haventje waar we met een bootje de Parfum rivier afvoeren richting Thien Mu Pagode, thuisbasis van de monnik Thich Quang Duc die zich in 1963 in Saigon in brand stak als protest tegen het regime van Diem. Van daaruit vervolgens doorgereden naar de Keizerlijke Stad en de Citadel, sinds 1993 ook op de lijst van Unesco Werelderfgoed. In 1802 versloeg Nguyen Anh de Tai Son rebellen en kroonde zich daarop tot eerste keizer van een dynastie die tot 1945 zou standhouden. De ommuurde citadel heeft een omtrek van 10 km en werd van 1802 tot 1833 gebouwd in opdracht van de keizer die er zijn intrek in nam. De vele mooie tempels, huizen en paleizen staan in schril contrast met de manier waarop de rest van de bevolking toen moest en zelfs nog nu moet leven. Toch hebben ook deze gebouwen de tand des tijd moeilijk doorstaan, deels door verwaarlozing, deels door waterschade maar ook doordat de Vietcong zich hier ten tijde van het Tet-offensief in 1968 hadden verschanst en het de Amerikanen 25 dagen kostte om dit terrein te heroveren. De Amerikaanse bombardementen verwoestten een groot deel van de Keizerlijke Stad en van de Verboden Paarse Stad (het gedeelte waar enkelede Keizerlijke familie mocht komen) blijft niets meer over. Toch hebben de Vietnamezen ondertussen ingezien dat toerisme een grote bron van inkomsten is en is men volop bezig met de restauratie van dit mooie gebouwencomplex. Ik vermoed dat binnen een 5-10 jaar de Keizerlijke Stad opnieuw zijn pracht en praal van weleer zal kunnen uitstralen. Ondertussen moeten wij het stellen met een aantal gebouwen die al min of meer gerestaureerd zijn.


Eerder in deze blog had ik het al over My Lai en wat de Amerikanen daar hebben aangericht. Wel, Hué is zo’n beetje het My Lai voor de Vietnamezen want de communisten hebben hier indertijd bij hun bezetting een ware slachtpartij aangericht onder de burgerbevolking. Boeddhisten, ambtenaren, intellectuelen en iedereen die ook maar een beetje banden met Zuid-Vietnam had, werd doodgeslagen, doodgeschoten of levend begraven. Vreemd is dat toen de massagraven aan het licht kwamen de Westerse wereld nooit heeft gereageerd. Op dat moment stond het bloedbad van My Lai volop in de belangstelling en blijkbaar was een scherpe veroordeling van de communisten niet aan de orde. Ook in Vietnam wordt dit zware feit nauwelijks vermeld. In het oorlogsmuseum in Saigon wordt enkel uitgebreid ingegaan op de gruwelen van het Amerikaanse leger. Het is blijkbaar moeilijk om zichzelf ook in vraag te stellen...


Na ons bezoek aan de Keizerlijke Stad ging de tocht vervolgens verder richting keizerlijke graftombes. Deze kun je eigenlijk vergelijken met kleine paleizen en liggen een eind buiten de stand bijna midden in het oerwoud. Eerst bezochten we de graftombe van Keizer Khai Dingh, gebouwd tussen 1920 en 1930 en de stijl een mengsel van Europese en Aziatische cultuur. Het is ook de laatste keizer die in een tombe werd begraven. Ofschoon het paleis/mausoleum met zijn vele trappen indrukwekkend is, komen de scherven glas en porcelein die werden ingewerkt in de beton toch een beetje over als kitsch. Het mausoleum van Keizer Tu Duc, de langstzittende keizer van de Nguyendynastie, is daarentegen veel soberder en beter afgewerkt. Dit is ook gemakkelijk te verklaren: de man had 104 vrouwen en nog verschillende concubines maar bleef toch kinderloos. Hij verlegde zijn aandacht dan maar naar zijn mausoleum en spaarde kosten nog moeite om het te laten bouwen. Meer dan 3.000 arbeiders werden ingezet om het paleis te bouwen in het midden van de 19de eeuw. Dit gebeurde in heel moeilijke omstandigheden en de arbeiders kwamen regelmatig in opstand. Telkens werd het protest hard en bloedig neergeslagen. Het meest schrijnende is dat de Keizer er nooit werd begraven. Uit schrik voor plunderingen liet de keizer zich op een geheime plaats begraven en werden alle medewerkers aan de begrafenis na de ceremonie onthoofd. Tegen de middag werden we opnieuw afgezet aan ons hotel en zo kunnen we nog een beetje van de zon genieten. Morgen staat er weer een lange tocht van 250 km naar Dong Hoi op het programma maar daarover meer in een volgende bijdrage.